ECLI:NL:RBOBR:2025:5114

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000208864:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling beloning bewindvoerder bij problematische schulden

De kantonrechter heeft op verzoek van de bewindvoerder, handelend namens betrokkene met problematische schulden, de beloning vastgesteld conform het hoge tarief uit de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vanaf 1 januari 2025.

De bewindvoerder stelde dat betrokkene leeft van een bijstandsuitkering en de schulden niet binnen drie jaar kunnen worden afgelost, waardoor het beloningstarief aangepast moet worden. De kantonrechter overweegt dat, gelet op de problematische schulden, het verzoek toewijsbaar is volgens artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling.

Verder is onduidelijk of betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten. Indien dit mogelijk is, mag de hogere beloning met terugwerkende kracht worden geïnd; zo niet, dan vanaf de datum van toekenning van bijzondere bijstand. Het late indienen van het verzoek en het ontbreken van een deugdelijke toelichting leidt ertoe dat eventuele nadelen voor rekening van de bewindvoerder komen.

De kantonrechter wijst het meer of anders verzochte af en bepaalt dat bij de rekening en verantwoording een kopie van de toekenning van de bijzondere bijstand moet worden gevoegd.

Uitkomst: Beloning bewindvoerder vastgesteld op hoog tarief vanaf 1 januari 2025, met voorwaarden omtrent bijzondere bijstand.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000208864:B001
CBM-nummer
:
[beschikkingsnummer]
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
3 juli 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[naam bewindvoerder]

handelend onder de naam [naam bewindvoerderskantoor] ,
Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] ,
Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 27 mei 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 5 juni 2025,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker heeft, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, een beloningsverzoek nadere vaststelling van de beloning vanwege problematische schulden met ingang van 1 januari 2025 ingediend.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Meneer heeft problematische schulden . Hij leeft van een bijstandsuitkering.
Deze schulden kunnen niet in 3 jaar afgelost worden. Graag aanpassingen van het beloningstarief naar hoog tarief vanaf 1 januari 2025.
Eerder was er ook sprake van problematische schulden, maar ook veel inkomen. Dit is veranderd.
In artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling) is de hoogte bepaald van de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting, voor zover van toepassing, voor een bewindvoerder in een bewind met problematische schulden.
Aangezien er sprake is van problematische schulden, zoals verzoeker heeft aangegeven in het beloningsverzoek, is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling kan worden vastgesteld.
Gelet daarop overweegt de kantonrechter nog als volgt.
Indien betrokkene, met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten wegens problematische schulden is het uitgangspunt het verzoek in te dienen bij de gemeente (waarin betrokkene woonachtig is) binnen de daarvoor door die gemeente gestelde termijn. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de bewindvoerder om op de hoogte te zijn van de termijn die voor (met terugwerkende kracht) toekenning bijzondere bijstand wordt gehanteerd door de gemeente waarin betrokkene woonachtig is.
Onduidelijk is of betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand voor de kosten van de bewindvoerder conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling vanaf 1 januari 2025. Gelet daarop overweegt de kantonrechter als volgt. Indien betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand mag de hogere beloning met terugwerkende kracht worden geïnd met ingang van 1 januari 2025. Kan betrokkene geen aanspraak maken op bijzondere bijstand met terugwerkende kracht dan zal de hogere beloning worden geïnd met ingang van de datum waarop daarvoor bijzondere bijstand verleend zal worden. Dat verzoeker het beloningsverzoek niet eerder heeft ingediend, waardoor er mogelijk niet (met terugwerkende kracht) vanaf 1 januari 2025 aanspraak gemaakt kan worden op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten moet, nu een nadere deugdelijke toelichting ontbreekt, voor rekening van verzoeker komen.

beslissing

De kantonrechter:
- stelt de beloning van de bewindvoerder met ingang van 1 januari 2025 vast conform hetgeen is bepaald in artikel 3 lid 2 onder Pro b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, dan wel met ingang van de datum waarop voor deze hogere beloning bijzondere bijstand verleend zal worden;
- bepaalt dat een kopie van de toekenning van de bijzondere bijstand, waaruit de datum van de toekenning blijkt en een kopie van deze machtiging bij de rekening en verantwoording betreffende het jaar waarin de hogere vergoeding alsnog in rekening is gebracht gevoegd dienen te worden;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.