ECLI:NL:RBOBR:2025:5189
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Meststoffenwet zonder verdere matiging
Eiseres exploiteert een varkenshouderij en werd door de minister beboet wegens overtredingen van de Meststoffenwet, met name het niet voldoen aan de mestverantwoordingsplicht en mestverwerkingsplicht over 2018.
Na controles door de NVWA en een boeterapport werd een boete opgelegd van €223.800, die later werd gematigd tot €111.900 vanwege verminderde financiële draagkracht. Eiseres betwistte de hoogte van de beginvoorraad drijfmest en de waardering van fosfaat- en stikstofgehalten, alsmede de geldigheid van drie concept vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO’s).
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de beginvoorraad zoals geregistreerd in de AGL 2017 en dat de fosfaat- en stikstofwaarderingen juist zijn berekend op basis van de best beschikbare gegevens. De concept VVO’s werden niet als geldig erkend wegens ontbreken van betalingsbewijzen en daadwerkelijke uitvoering. De boete is daarom terecht opgelegd.
Hoewel de redelijke termijn van de procedure met ruim acht maanden is overschreden, is reeds een matiging toegepast, waardoor geen verdere verlaging van de boete nodig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €111.900 wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.