Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
DE UITSPRAAK
niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot doodslag, poging tot zwaar lichamelijk letsel en mishandeling van zijn partner door verstikkende handelingen en het duwen van het slachtoffer van een trap.
De zaak werd aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 januari 2025. Tijdens de procedure bleek uit de informatiestaat dat verdachte op 10 juni 2025 is overleden. Dit leidde tot een formele vraag over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
De rechtbank oordeelde dat het recht tot strafvervolging vervalt door het overlijden van de verdachte, conform artikel 69 Wetboek Pro van Strafrecht. Daarom werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De uitspraak werd gedaan op 5 augustus 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van verdachte.