In deze zaak tussen erfgenamen over de afwikkeling van nalatenschappen vordert eiseres inzage in diverse stukken en inlichtingen van gedaagde, die tevens executeur is. De rechtbank beoordeelt de vorderingen in een incidentprocedure.
De gevraagde stukken betreffen onder meer bankafschriften, een bijgewerkte boedelbeschrijving, een lijst van nog aanwezige goederen, advocaatfacturen, inzage in een procedure tegen de bewindvoerder, voorgeschoten bedragen, uitvaartkosten, een schilderij en bewijs van verkoop van sieraden. Gedaagde heeft reeds veel stukken overgelegd en stelt dat eiseres geen belang meer heeft bij de overige gevorderde stukken.
De rechtbank oordeelt dat de meeste vorderingen wegens gebrek aan belang worden afgewezen omdat eiseres al over de stukken beschikt of onvoldoende heeft onderbouwd dat er nog relevante stukken ontbreken. Alleen de vordering tot inzage in het antwoord van de rechtbank op een klacht van gedaagde over de bewindvoerder wordt toegewezen. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot afgifte van dat stuk binnen twee weken. De proceskosten worden gecompenseerd.
De rechtbank wijst een dwangsom en aanvullende maatregelen af, omdat geen onwil van gedaagde is gebleken. Het incident wordt hiermee afgedaan zonder verdere verplichtingen.