De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand van Eindhoven om vervangende toestemming te verkrijgen voor het toevoegen van een akte van naamskeuze als latere vermelding bij geboorteaktes van twee minderjarigen. De ouders hadden in 2019 een akte van naamskeuze opgemaakt, maar deze was niet verwerkt in de geboorteaktes van hun kinderen, waarop de achternaam anders was geregistreerd.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vader aan dat de ouders bewust hadden gekozen voor de geregistreerde achternaam bij de geboorteaangiften en het huwelijk, en dat de kinderen inmiddels gewend zijn aan deze naam. De rechtbank erkende het opmerkelijke tijdsverloop, maar stelde vast dat de wet het toevoegen van latere vermeldingen aan akten door de ambtenaar ambtshalve regelt zonder dat hiervoor rechterlijke toestemming vereist is.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek om vervangende toestemming niet nodig is en wees het af. De beslissing kan via hoger beroep worden aangevochten binnen drie maanden na uitspraak, uitsluitend via een advocaat.