ECLI:NL:RBOBR:2025:5313

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
C/01/412875 / FA RK 25/684 en C/01/412876 FA RK 25-685
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:20 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming voor latere vermelding akte van naamskeuze bij geboorteaktes

De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand van Eindhoven om vervangende toestemming te verkrijgen voor het toevoegen van een akte van naamskeuze als latere vermelding bij geboorteaktes van twee minderjarigen. De ouders hadden in 2019 een akte van naamskeuze opgemaakt, maar deze was niet verwerkt in de geboorteaktes van hun kinderen, waarop de achternaam anders was geregistreerd.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vader aan dat de ouders bewust hadden gekozen voor de geregistreerde achternaam bij de geboorteaangiften en het huwelijk, en dat de kinderen inmiddels gewend zijn aan deze naam. De rechtbank erkende het opmerkelijke tijdsverloop, maar stelde vast dat de wet het toevoegen van latere vermeldingen aan akten door de ambtenaar ambtshalve regelt zonder dat hiervoor rechterlijke toestemming vereist is.

De rechtbank concludeerde dat het verzoek om vervangende toestemming niet nodig is en wees het af. De beslissing kan via hoger beroep worden aangevochten binnen drie maanden na uitspraak, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor het toevoegen van de akte van naamskeuze als latere vermelding bij de geboorteaktes is afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/412875 / FA RK 25/684 en C/01/412876 FA RK 25-685
Uitspraak : 11 juni 2025
Beschikking betreffende boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in de zaak van
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Eindhoven,
hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand te Eindhoven.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Boxtel,
hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand te Boxtel,
[de vrouw/moeder] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
hierna: de vrouw/moeder,
en
[de man/vader] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
hierna: de man/vader,
als wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente Eindhoven, ter griffie van deze rechtbank ingekomen op 18 februari
2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025. Verschenen zijn: mevrouw [A] en de heer [B] namens de gemeente Eindhoven, alsmede de vader. De moeder en de ambtenaar van burgerlijke stand van de gemeente Boxtel zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt ertoe toestemming te verlenen om de akte van naamskeuze alsnog als latere vermelding toe te voegen bij de geboorteakte met nummer [nummer 1] , zodat de geboorteakte met nummer [nummer 2] ook ambtshalve verbeterd kan worden.
3. De feiten
3.1.
Op 2 april 2019 zijn de vader en de moeder een geregistreerd partnerschap aangegaan.
3.2.
Op 8 mei 2019 is een akte van naamskeuze opgemaakt ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Boxtel. Hierin hebben de moeder en vader gekozen voor de geslachtsnaam ‘ [X] ’ voor het kind dat uit de vrouw geboren zal worden.
3.3.
Op [geboortedatum] is te [geboorteplaats] uit de moeder de minderjarige [minderjarige 1] geboren. Op zijn geboorteakte met nummer [nummer 1] van het jaar [geboortejaar] staat als geslachtsnaam ‘ [Y] ’. De vader is opgenomen als juridisch ouder. Aan de geboorteakte zijn geen latere vermeldingen toegevoegd.
3.4.
Op 30 juni 2020 zijn de ouders met elkaar in het huwelijk getreden, zonder het opmaken van een akte van naamskeuze.
3.5.
Op [geboortedatum] is te [geboorteplaats] uit de moeder de minderjarige [minderjarige 2] geboren. Op haar geboorteakte met nummer [nummer 2] van het jaar [geboortejaar] staat als geslachtsnaam ‘ [Y] ’.

4.De beoordeling

4.1.
De ambtenaar van de burgerlijke stand te Eindhoven stelt dat de ouders bij de geboorteaangifte van het eerste kind, [minderjarige 1] , niet hebben aangegeven dat er een akte van naamskeuze was. Als geslachtsnaam is ‘ [Y] ’ opgenomen op de geboorteakte. Volgens de ambtenaar is er geen systeem dat bewerkstelligd dat de ambtenaar die de geboorteakte opmaakt zeker op de hoogte is van de akte van naamskeuze. Dat moeten ouders zelf aangegeven bij de geboorteaangifte. Ouders worden hierop bij een digitale aangifte geattendeerd, aldus de ambtenaar.
4.2.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd. Hij stelt dat de ouders inderdaad op 8 mei 2019 ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Boxtel een naamskeuze hebben gedaan, maar dat zij daaraan niet meer hebben gedacht ten tijde van de digitale geboorteaangifte van [minderjarige 1] . Daarnaast stelt de vader dat de ouders na de naamskeuze op drie momenten bewust hebben gekozen voor de achternaam ‘ [Y] ’, te weten ten tijde van de geboorteaangifte van [minderjarige 1] , bij de omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk, alsmede bij de geboorteaangifte van [minderjarige 2] . De vader acht onderhavige procedure een gevolg van een fout van de gemeente. Tot slot vindt hij het verzoek onbegrijpelijk. [minderjarige 1] is inmiddels ruim vijf jaar oud en [minderjarige 2] bijna vier jaar oud. Zij weten niet beter dan dat ‘ [Y] ’ hun achternaam is en de ouders willen dit ook zo houden.
4.3.
Hoewel de rechtbank met de vader van oordeel is dat het zeer opmerkelijk is dat bijna zes jaar na het opmaken van de akte tot naamskeuze een dergelijk verzoek wordt ingediend, is de rechtbank gebonden aan hetgeen wordt verzocht en het wettelijk kader.
Vast staat dat er voor de geboorte van [minderjarige 1] een akte van naamskeuze is opgemaakt. Het rechtsfeit heeft plaatsgevonden, doch hiervan is geen latere vermelding toegevoegd aan de geboorteakte. De ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt de rechtbank nu om toestemming te verlenen om de akte van naamskeuze alsnog als latere vermelding toe te mogen voegen aan de geboorteaktes.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat de ambtenaar daarvoor geen toestemming van de rechter nodig heeft en overweegt daartoe als volgt. Op grond van artikel 1:20 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere vermeldingen toe van onder andere akten van naamskeuze. Dat doet de ambtenaar ambtshalve. In de wet staat niet dat hij daarvoor toestemming nodig heeft van de ouders of, in het geval dat zij niet instemmen, vervangende toestemming van de rechtbank. Het tijdsverloop en de stellingen van de vader – hoe begrijpelijk ook – maken dat niet anders. Gezien het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek van de ambtenaar dan ook afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 11 juni 2025.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.