Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
hij op of omstreeks 4 december 2024 te Eindhoven, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 3, te weten een enkelloops hagelgeweer (met een ingekorte loop en/of kolf), van het merk Aguirre Y Aranzabal, type onbekend, kaliber 12 zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en/of dat de aanvalskracht werd verhoogd voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 28 oktober 2024 te Vught, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag (ter hoogte van 620 euro), een tablet, telefoons, telefoonhoesjes, laadkabels en/of simkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag, tablet, telefoons, telefoonhoesjes, laadkabels en/of simkaarten onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, en/of inklimming;4.
De formele voorvragen.
De beoordeling van het bewijs.
- voor wat betreft feit 1 dat de personen die rond 07.00 uur in de auto hebben gezeten die bij de poging ramkraak eerder die nacht is gebruikt, niet zonder redelijke twijfel ook op dat moment in die auto geplaatst kunnen worden;
- voor wat betreft feit 2 dat verdachte onverhoeds en ongewild kortstondig het wapen in handen gehad heeft terwijl hij daar redelijkerwijs niet direct afstand van kon nemen, wat onvoldoende is om te komen tot een veroordeling voor het voorhanden hebben van een wapen;
- voor wat betreft feit 4 dat het bewijs dat heeft geleid tot de verdenking jegens cliënt alleen afkomstig is van zijn moeder, terwijl haar verklaring is afgelegd nadat ze wist van andere verdenkingen en informatie van [broer van verdachte] had gekregen, waardoor deze niet objectief is en als onbetrouwbaar dient te gelden en geen ondersteuning vindt in ander bewijs.
-man 1 naar de deur loopt en naar binnen kijkt en met een lampje naar binnen schijnt;
- beide mannen allebei een soort zak in hun hand hebben;
-de auto achteruit tegen de pui van het pand aanrijdt;
slank postuur, donkere bovenkleding, donkere broek met een wit koord als riem, bivakmuts, schoenen met een lichte kleur.
slank postuur, donkere bovenkleding, donkere broek, donkere bivakmuts, zwarte schoenen met witte zool.
De foto’s zijn vergeleken met de bewakingsbeelden van de poging tot inbraak bij [slachtoffer 1] .
: vaststelling van de feiten.
Op 30 oktober 2024 meldde een persoon, genaamd [broer van verdachte] , broer van verdachte, zich op het politiebureau te Eindhoven. Hij gaf aan de inbraak bij de telefoonwinkel op het Moleneindplein te Vught samen met zijn broer, zijnde verdachte, te hebben gepleegd.
De bewezenverklaring.
op 4 december 2024 te Eindhoven een wapen van categorie II, onder 3, te weten een enkelloops hagelgeweer (met een ingekorte loop en/of kolf) van het merk Aguirre Y Aranzabal, type onbekend, kaliber 12, zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en dat de aanvalskracht werd verhoogd, voorhanden heeft gehad;
op 28 oktober 2024 te Vught, tezamen en in vereniging met een ander, een geldbedrag ter hoogte van 620 euro, een tablet, telefoons, telefoonhoesje, laadkabels en simkaarten, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat/die weg te nemen geldbedrag, tablet, telefoons, telefoonhoesje, laadkabels en simkaarten onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en voor het voorhanden hebben van een
vuurwapen, zoals bewezen verklaard, een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van 300 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 129 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
jeugddetentievoor de duur van 60 dagen, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.