Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 juli 2023, met producties 1 tot en met 6
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 9
- de brief van de griffier waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte overlegging producties en correctie verschrijving van de vrouw, met producties 7 en 8
- de mondelinge behandeling van 4 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
- een ten name van partijen gezamenlijk gestelde ING Oranje Spaarrekening, onder nummer [rekeningnummer 1] , met een saldo per 1 januari 2022 van € 1.360,= (hierna: de [rekeningnummer 1] )
- een ten name van partijen gezamenlijk gestelde rekening bij ING onder rekeningnummer [rekeningnummer 2] (hierna: de [rekeningnummer 2] )
- een ten name van de vrouw gestelde rekening bij ING onder rekeningnummer [rekeningnummer 3] (hierna: de [rekeningnummer 3] )
- een ten name van de vrouw gestelde rekening bij Rabobank onder rekeningnummer [rekeningnummer 4] (hierna: de [rekeningnummer 4] )
- een ten name van de vrouw gestelde Rabo InternetSpaarrekening onder rekeningnummer [rekeningnummer 5] (hierna: de [rekeningnummer 5] )
- een ten name van de man gestelde ING-rekening onder nummer [rekeningnummer 6] (hierna: de [rekeningnummer 6] )
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de verdeling van het saldo van de [rekeningnummer 1]
- de verdeling van het saldo op de [rekeningnummer 2]
- de afrekening met betrekking tot de inboedelgoederen.