Op 18 februari 2023 heeft verdachte te Eindhoven het slachtoffer door geweld en andere feitelijkheden gedwongen tot seksuele penetratie zonder instemming. De rechtbank acht de aangifte betrouwbaar en ondersteunt dit met camerabeelden en getuigenverklaringen. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer mogelijk in een psychose verkeerde door drank- en drugsgebruik, maar dit werd verworpen vanwege het ontbreken van aanwijzingen daarvoor.
Verdachte gaf wisselende en tegenstrijdige verklaringen die niet strookten met objectieve feiten, zoals de korte tijd die het slachtoffer in zijn woning verbleef. Het slachtoffer vertoonde paniek en verzet, wat bevestigd werd door getuigen en camerabeelden. De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar voor verkrachting en wees de vordering tot immateriële schadevergoeding van €10.000 toe wegens het ernstige psychisch letsel bij het slachtoffer.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde 32 maanden vanwege schending van de redelijke termijn. Er werd geen contactverbod opgelegd omdat verdachte geen contact met het slachtoffer heeft gezocht na het incident. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit.