In deze zaak gaat het om de vaststelling van de prijs van twee percelen grond en gebouwen gelegen in de gemeente Oss, waarbij de gemeente als verzoekende partij optreedt tegen vier gedaagden. De procedure betreft een rekestprocedure onder de Omgevingswet, voorheen de Wet voorkeursrecht gemeenten.
De deskundigen hebben een advies uitgebracht over de waarde van het object, waarbij partijen het eens zijn over de waarde van de woning en bijgebouwen, maar verschil van mening bestaat over de prijs van de onbebouwde gronden. Na het conceptrapport is een prijsverhoging van €1,- per m2 toegepast voor de ruwe bouwgrond, wat door de gemeente werd betwist.
De rechtbank neemt het deskundigenadvies over en stelt de prijs van de percelen vast op €1.487.000. De rechtbank oordeelt dat de deskundigen hun prijsverhoging voldoende hebben gemotiveerd en dat de gemeente haar standpunt onvoldoende heeft onderbouwd. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de gemeente tot betaling van de kosten van de deskundigen (€71.666,24) en de kosten van juridische en andere deskundige bijstand (€7.554,03 en €19.372,10).