Uitspraak
WONINGSTICHTING DE ZALIGHEDEN,
1.de heer [gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
productie 56;
- de pleitnota van [gedaagden] .
2.De feiten
3.Het geschil
ingetrokken
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Woningstichting De Zaligheden (WSZ) vordert ontruiming van de woning van [gedaagde 1] en het opleggen van gedragsaanwijzingen aan [gedaagde 2] wegens vermeende overlast in een woon-zorgcomplex. WSZ stelt dat [gedaagde 1] langdurig overlast veroorzaakt, onder meer door het versturen van brieven met beschuldigingen en het organiseren van activiteiten met externe deelnemers, wat het woongenot van bewoners schaadt.
[gedaagden] betwisten het spoedeisend belang en de waarschijnlijkheid dat in een bodemprocedure tot ontruiming zal worden overgegaan. Zij geven aan dat de activiteiten juist bijdragen aan het tegengaan van eenzaamheid en dat de klachten vooral afkomstig zijn van een kleine groep bewoners, met name leden van de bewonerscommissie.
De kantonrechter oordeelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegewezen. WSZ heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zodanige ernstige en structurele overlast dat ontruiming vooruitlopend op een bodemprocedure gerechtvaardigd is. Ook is onvoldoende spoedeisend belang vastgesteld. Ten aanzien van de gedragsaanwijzing voor [gedaagde 2] ontbreekt een grondslag omdat niet is aangetoond dat zij zelf overlast veroorzaakt.
De vorderingen worden afgewezen en WSZ wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter suggereert mediation om tot afspraken te komen over het gebruik van gemeenschappelijke ruimten en communicatie tussen bewoners.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en gedragsaanwijzing worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van ontruiming in bodemprocedure.