ECLI:NL:RBOBR:2025:5890
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toeslag WAO-uitkering met terugwerkende kracht langer dan één jaar
De zaak betreft een geschil over de ingangsdatum van een toeslag op de WAO-uitkering van eiser. Het UWV kende de toeslag toe met terugwerkende kracht vanaf 26 september 2023, terwijl eiser stelde dat dit recht al per 26 september 2020 zou moeten gelden. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
Eiser voerde aan dat het UWV had moeten afwijken van de standaardtermijn van één jaar terugwerkende kracht omdat hij onder het sociaal minimum leefde en niet geïnformeerd was over de toeslag. Tevens deed hij een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Het UWV stelde dat het recht op toeslag alleen op aanvraag wordt vastgesteld en dat er geen informatieverplichting bestaat. Bovendien was er geen sprake van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de Toeslagenwet.
De rechtbank volgde het UWV en oordeelde dat eiser redelijkerwijs niet kan worden vrijgesteld van verzuim. Onbekendheid met de regels en financiële situatie geven geen aanleiding tot een bijzonder geval. Ook is er geen wettelijke informatieplicht voor het UWV. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ingangsdatum van de toeslag op de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.