ECLI:NL:RBOBR:2025:6066
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een loonsanctie opgelegd door het UWV aan eiseres, een werkgever, omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor haar (ex-)werkneemster die sinds juni 2022 ziek was gemeld.
De werkgever betwistte de loonsanctie en stelde dat de bedrijfsarts professioneel had gehandeld en dat zij mocht vertrouwen op diens adviezen. Het UWV stelde echter dat de bedrijfsarts tekort was geschoten door niet tijdig contact op te nemen met de behandelaars van de werkneemster, waardoor re-integratiekansen gemist zijn.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat de werkgever onvoldoende inspanningen heeft geleverd en dat de bedrijfsarts niet adequaat heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen. De werkgever heeft ook nagelaten om actie te ondernemen na een deskundigenoordeel dat het sociaal-medisch handelen van de bedrijfsarts als gebrekkig bestempelde.
Daarom is de loonsanctie terecht opgelegd en wordt het beroep ongegrond verklaard. De werkgever krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de loonsanctie wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft van kracht.