Art. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 47 Wet op het consumentenkredietArt. 48 lid 2 Wet op het consumentenkrediet
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek bewindvoerder tot verlenging beloning na schuldenvrijheid betrokkene
Betrokkene had problematische schulden en is sinds 31 december 2024 schuldenvrij door een geaccepteerd nul-aanbod van schuldeisers. De bewindvoerder verzocht om de jaarbeloning conform artikel 3 lid 2 sub b vanPro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren te verlengen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025.
De kantonrechter overweegt dat deze beloning alleen geldt zolang er sprake is van problematische schulden, zoals ook toegelicht in de Nota van Toelichting en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind. Zodra de schulden zijn afbetaald of een schuldenregeling succesvol is afgerond, dient de beloning te worden verlaagd.
De kantonrechter acht het niet aan de rechter, maar aan de wetgever om de regelgeving omtrent de beloning aan te passen. Gezien de ontvangen informatie wordt het verzoek van de bewindvoerder dan ook afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open onder voorwaarden.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de beloning voor problematische schulden na schuldenvrijheid wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000337632:B001
CBM-nummer
:
BM47372
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
2 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[naam]
, [adres] [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam] ,geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 23 juni 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 25 augustus 2025,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Betrokkene had problematische schulden. Aan betrokkene is een nul-aanbod aangeboden. Dit is geaccepteerd door de schuldeisers van betrokkene. Hierdoor is betrokkene sinds 31 december 2024 schuldenvrij. De bewindvoerder vraagt -kort gezegd- de jaarbeloning met ingang van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 vast te stellen conform artikel 3 lid 2 sub b vanPro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Dit is de beloning bij problematische schulden.
Het verzoek komt er feitelijk op neer dat verzoeker per 31 december 2024, de datum dat
betrokkene schuldenvrij is, nog 12 maanden aanspraak wenst te maken op de beloning
conform artikel 3 lid 2 sub b vanPro de Regeling (de beloning voor problematische schulden),
waarbij verzoeker verwijst naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De beloning voor bewindvoerders staat in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: Regeling).
In de Nota van Toelichting bij de regeling staat (onder meer) het volgende:
‘In geval van problematische schulden gaat het in het bijzonder om werkzaamheden ten behoeve van het ongedaan maken van een of meer beslagen waarbij de beslagvrije voet niet wordt geëerbiedigd, het stabiliseren van problematische schuldsituaties, het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP en schuldbemiddeling in het kader van artikel 47 vanPro de Wet op het consumentenkrediet (hierna: ‘Wck’). In geval van schuldbemiddeling heeft de bewindvoerder geen aanspraak op een vergoeding conform artikel 48, tweede lid, Wck, nu hij voor die werkzaamheden reeds wordt beloond als bewindvoerder. Voor de toeleiding naar de WSNP verschaft de bewindvoerder informatie aan de WSNP-bewindvoerder en woont hij de toelatingszitting bij. In de aanloop naar de schuldhulpverlening dan wel schuldsanering en ingeval de rechthebbende niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening en/of schuldsanering, is het de taak van de bewindvoerder om de situatie te stabiliseren.. Dat betekent dat de bewindvoerder de vaste lasten betaalt (huur, water, energie), de beslagvrije voet bewaakt en de contacten met schuldeisers onderhoudt.
Het gaat erom dat de bewindvoerder vanwege de problematische schulden extra werkzaamheden verricht. Hoewel de meeste werkzaamheden zich in het eerste jaar zullen voordoen, wordt deze jaarbeloning aangehouden totdat er geen problematische schulden meer zijn, bijvoorbeeld indien de rechthebbende met een schone lei uit de WSNP komt.’
Verder is in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind (versie april 2025) het volgende over de beloning bij problematische schulden opgenomen onder onderdeel B.12:
“Er blijft recht bestaan op de hogere beloning in verband met problematische schulden tijdens de WSNP, de minnelijke regeling of de aflossing van een saneringskrediet. Zodra de schulden daadwerkelijk zijn afbetaald, of een (gemeentelijke) minnelijke of wettelijke schuldenregeling met goed gevolg is afgerond (lees: de schone lei is verleend), verlaagt de bewindvoerder op eigen initiatief de beloning naar het toepasselijke lage tarief met ingang van de eerstvolgende maand. Dit geldt ook als alleen nog een enkele, niet saneerbare schuld, zoals bij DUO, resteert.”
Op basis van het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b vanPro de Regeling alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. Dat bij de (recente) ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen in de Regeling en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind geen rekening is gehouden met de gevolgen hiervan voor de beloning van uitvoerders, is naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving rondom de beloning voor uitvoerders. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet aan de kantonrechter, maar aan de wetgever om de wet- en/of regelgeving rondom de beloning voor de uitvoerders te wijzigen. De kantonrechter zal derhalve, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is
verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat
deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.