De huurster, rolstoelafhankelijk door huiselijk geweld, huurt sinds april 2024 een woning van Stichting Woonstichting Thuis. Na een brand in februari 2025 werd de woning onbewoonbaar. Thuis vorderde ontbinding van de huurovereenkomst op grond van onbewoonbaarheid en tekortkomingen van de huurster.
De rechtbank oordeelt dat herstel van de woning mogelijk is en dat de verhuurder onvoldoende heeft onderbouwd dat herstelkosten niet redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd. Daarom is buitengerechtelijke ontbinding niet gerechtvaardigd.
Subsidiair stelt Thuis dat de huurster tekort is geschoten door het toelaten van overlast en crimineel gedrag van haar ex-partner. De rechtbank stelt vast dat de overlast voornamelijk door de ex-partner werd veroorzaakt en dat de huurster onder de bijzondere omstandigheden niet verantwoordelijk kan worden gehouden.
De vorderingen tot ontbinding worden afgewezen en Thuis wordt veroordeeld in de proceskosten. De huurster blijft gerechtigd tot de woning ondanks de brand en de gedragingen van haar ex-partner.