ECLI:NL:RBOBR:2025:6190
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging afkoelingsperiode in WHOA-procedure wegens belangrijke vooruitgang akkoord
Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft bij de rechtbank Oost-Brabant verzocht om verlenging van de afkoelingsperiode in de WHOA-procedure tot 16 december 2025. Dit verzoek is gedaan om de behandeling van het faillissementsverzoek van Engie Energie Nederland N.V. te schorsen of geschorst te laten blijven.
De rechtbank constateert dat verzoekster belangrijke vooruitgang heeft geboekt in de totstandkoming van het akkoord, met name door het overleg met haar grootste schuldeisers, de Belastingdienst en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hoewel de Belastingdienst nog geen definitief standpunt heeft ingenomen, is er voldoende reden om aan te nemen dat verlenging van de afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming gecontroleerd af te wikkelen.
De rechtbank overweegt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers bij verlenging zijn gediend omdat een akkoord waarschijnlijk een hogere uitkering biedt dan een faillissement. Tevens wordt aangenomen dat Engie niet wezenlijk in haar belangen wordt geschaad, mede doordat de financiering van de WHOA-procedure is verzekerd zonder kosten voor het actief.
De rechtbank kwalificeert de geboekte vorderingen als belangrijke vooruitgang in de zin van artikel 376 lid 5 Faillissementswet Pro, ondanks dat nog geen definitief akkoordaanbod is ingediend. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode toe en bepaalt dat het faillissementsverzoek van Engie wordt geschorst tot 16 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode tot 16 december 2025 en schorst het faillissementsverzoek van Engie.