Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering tot tenuitvoerlegging: 01-194944-23
Rechtbank Oost-Brabant
Op 12 september 2024 heeft verdachte te Budel een fiets gestolen die toebehoorde aan een ander, een poort en muur vernield, zich met geweld verzet tegen politieambtenaren tijdens zijn aanhouding en een politieambtenaar beledigd met grove woorden. De rechtbank heeft het bewijs, waaronder verklaringen van politie en slachtoffer, als wettig en overtuigend beoordeeld en het verweer van verdachte verworpen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele beledigingen gericht aan bepaalde politieambtenaren, maar verklaarde de overige feiten bewezen. Verdachte heeft een lange geschiedenis van soortgelijke delicten en een hoog recidiverisico, zoals blijkt uit justitiële documentatie en een reclasseringsadvies.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar, welke de rechtbank passend achtte gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en het ontbreken van een reëel alternatief. De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af wegens gebrek aan bewijs van betekening.
De rechtbank legde daarom een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar zonder aftrek van voorarrest, ter bescherming van de maatschappij en ter bevordering van gedragsverandering bij verdachte.
Uitkomst: Verdachte krijgt een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar opgelegd wegens diefstal, vernieling, wederspannigheid en belediging van een politieambtenaar.