Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Oost-Brabant
Eisers vorderen dat de overeenkomst tussen partijen, en de vordering tot nakoming daarvan, wordt omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 lid 1 BW Pro, omdat nakoming niet blijvend mogelijk is.
Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe en verklaart voor recht dat de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Tevens veroordeelt zij gedaagde tot betaling van een bedrag van €49.670,57, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten, expertisekosten en proceskosten toegewezen, met wettelijke rente en een executoriale titel. Een vordering tot betaling van beslag- en executiekosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding en gedaagde is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, kosten en rente.