ECLI:NL:RBOBR:2025:6247

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
C-01-417002 - HA ZA 25-438
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting verbintenis tot nakoming in verbintenis tot vervangende schadevergoeding

Eisers vorderen dat de overeenkomst tussen partijen, en de vordering tot nakoming daarvan, wordt omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 lid 1 BW Pro, omdat nakoming niet blijvend mogelijk is.

Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe en verklaart voor recht dat de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Tevens veroordeelt zij gedaagde tot betaling van een bedrag van €49.670,57, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten, expertisekosten en proceskosten toegewezen, met wettelijke rente en een executoriale titel. Een vordering tot betaling van beslag- en executiekosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding en gedaagde is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, kosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/417002 / HA ZA 25-438
Vonnis van 30 juli 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. I. de Gram,
tegen
[gedaagde], tevens handelend onder de naam [bedrijfsnaam gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisers hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
Eisers vorderen onder a) een verklaring voor recht dat de overeenkomst(en) tussen partijen, althans de vordering tot nakoming c.q. herstel, is omgezet naar een vordering tot vervangende schadevergoeding. Eisers leggen artikel 6:87 BW Pro ten grondslag aan deze vordering. Op grond van artikel 6:87 lid 1 BW Pro wordt, voor zover nakoming niet reeds blijvend mogelijk is, de verbintenis omgezet in een tot vervangende schadevergoeding. De rechtbank zal daarom voor recht verklaren dat de verbintenis tot nakoming van de overeenkomst van gedaagde, is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding.
2.3.
De onder c) gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht waarom de rente met ingang van de gevorderde ingangsdatum verschuldigd is.
2.4.
Eisers vorderen onder h) gedaagde te veroordelen tot betaling van de nog te maken beslag- en executiekosten. Deze vordering wordt in het lichaam van de dagvaarding niet genoemd en toegelicht en zal, alleen al om die reden, worden afgewezen.
2.5.
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.6.
Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
1.214,00
(1 punt × € 1.214,00)
- nakosten
131,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.864,45
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de verbintenis tot nakoming van de overeenkomst van gedaagde, is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding,
3.2.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na dit vonnis aan eisers te betalen een bedrag van € 49.670,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na dit vonnis aan eisers te betalen een bedrag van € 1.271,71 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na dit vonnis aan eisers te betalen een bedrag van € 1.035,00 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.864,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 68,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.