De rechtbank Oost-Brabant heeft op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van belediging en bedreiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) in Eindhoven. De feiten betreffen een belediging op 24 juli 2025 waarbij beledigende woorden werden gebruikt en een blik bier werd gegooid, en een bedreiging op 6 maart 2025 met woorden die een misdrijf tegen het leven inhielden.
De rechtbank verklaarde de belediging en bedreiging wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van de belediging van een tweede BOA wegens onvoldoende bewijs. Verdachte is een veelpleger met een omvangrijk strafblad en een hoog recidiverisico, mede door zijn dakloosheid, alcoholverslaving en zorgmijdend gedrag.
Gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) op voor de maximale duur van twee jaar. De rechtbank verwierp het verzoek van de verdediging voor een voorwaardelijke straf of ISD-maatregel.
De uitspraak benadrukt het belang van bescherming van het openbaar gezag en de maatschappij tegen herhaalde strafbare feiten van verdachte, die ondanks eerdere straffen en toezichten niet tot gedragsverandering is gekomen.