Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van mr. Kaya en mr. Braun
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een kort geding tussen een agrariër en de provincie Noord-Brabant over de verkoop van een landbouwperceel nabij landgoed De Hoogt, dat als Natura-2000 gebied wordt ontwikkeld. De eisende partij vordert een verbod op verkoop aan een andere agrariër zolang geen openbare selectieprocedure heeft plaatsgevonden, verwijzend naar het Didam-arrest dat gelijke kansen bij verkoop door overheden vereist.
De provincie stelt dat zij geen voornemen tot verkoop had totdat de koper interesse toonde en dat de regels uit het Didam-arrest niet van toepassing zijn. Subsidiair stelt zij dat slechts één serieuze gegadigde was en dat beleidsvrijheid bij selectiecriteria geldt. De rechtbank oordeelt dat het Didam-arrest ook geldt als het initiatief van de markt komt en dat de provincie terecht aannam dat slechts één serieuze gegadigde was, mede gezien de langdurige onderhandelingen en het feit dat de eisende partij het perceel als kwalitatief onvoldoende had beoordeeld.
Zelfs als een selectieprocedure vereist zou zijn, weegt het belang van natuurrealisatie en het bereiken van overeenstemming met de koper zwaarder dan het belang van de eisende partij. De vordering wordt afgewezen en de eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod verkoop zonder openbare selectieprocedure wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.