Partijen zijn ex-echtgenoten met gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De vrouw wilde met de kinderen verhuizen naar het buitenland, maar het hof verbood dit en legde dwangsommen op bij overtreding. Ondanks dit verhuisverbod is de vrouw met de kinderen naar het buitenland verhuisd en heeft zij niet voldaan aan het gebod tot terugverhuizing.
De vrouw vorderde in kort geding de schorsing van de executie van de dwangsommen en opheffing van beslag, stellende dat zij aan de uitspraak had voldaan. De man vorderde in reconventie een voorlopige wijziging van de zorgregeling, omdat de vrouw niet van plan was terug te verhuizen en de huidige situatie niet in het belang van de kinderen was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw in strijd met het hofbesluit handelt en daardoor dwangsommen heeft verbeurd. De vorderingen van de vrouw tot schorsing van executie werden afgewezen. De voorlopige zorgregeling werd gewijzigd zodat de kinderen eens in de twee weken van vrijdag tot woensdag bij de vrouw verblijven, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.