Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
“Naar aanleiding van het gesprek dat heden plaatsvond op maandag 19 augustus 2024, waarbij u in aanwezigheid van ondergetekende (HR Business Partner) en uw leidinggevende, de heer [A] , aangesproken bent op uw gedragingen met betrekking tot het halen van wisselgeld uit de kluis.
4.Het verzoek en het verweer
primaireen verklaring voor recht dat het door Praxis gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarnaast verzoekt hij Praxis te veroordelen tot betaling aan hem van een billijke vergoeding van € 71.348,06 bruto, een transitievergoeding van € 10.345,79 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 6.864,73 bruto, te vermeerderen van de wettelijke rente over alle voorgaande bedragen.
Subsidiairverzoekt [verzoeker] om Praxis te veroordelen tot betaling aan hem van de transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente. Zowel
primair als subsidiairmet veroordeling van Praxis in de proceskosten.
5.Het tegenverzoek
€ 300,- en één slottermijn van € 441,38;