ECLI:NL:RBOBR:2025:7298
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens procesbeslissing in civiele zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. E.C.M. Mommers naar aanleiding van een procesbeslissing waarbij het verzoek om de zoon van verzoeker als getuige toe te laten tot de zittingszaal werd afgewezen. De rechter had deze ordemaatregel genomen om de orde tijdens de zitting te bewaken en een goed procesverloop te bevorderen, aangezien het een kort geding betrof en de zoon geen partij was.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of de schijn daarvan bij de rechter. Een procesbeslissing op zich vormt geen grond voor wraking tenzij deze onomstotelijk wijst op vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af zonder zitting. Er waren geen concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens afwijzing van het verzoek tot het horen van een getuige wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.