ECLI:NL:RBOBR:2025:7301
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens te late indiening en gebrek aan redelijke verklaring
Verzoeker, verdachte in meerdere witwaszaken, diende op 3 oktober 2025 een wrakingsverzoek in tegen vier rechters-commissarissen wegens vermeende partijdigheid en schending van zijn rechten. Hij stelde dat de rechters hem structureel buitensloten, het verschoningsrecht niet respecteerden en het Openbaar Ministerie bevoordeelden.
De rechtbank reageerde dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is als verkapt rechtsmiddel tegen eerdere beslissingen en dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de vermeende feiten zich over een lange periode van 2021 tot juni 2025 hadden voorgedaan. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor de late indiening.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechterlijke onpartijdigheid moet worden vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De schijn van partijdigheid was onvoldoende onderbouwd en het verzoek werd daarom zonder inhoudelijke behandeling afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het verzoek niet ontvankelijk was. De beslissing werd op 17 oktober 2025 door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant in openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens te late indiening en gebrek aan redelijke verklaring.