ECLI:NL:RBOBR:2025:7302
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan betrekking op rechter
In een procedure over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige zoon van verzoeker werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter. Verzoeker stelde dat hij gestraft werd voor een eerder wrakingsverzoek en dat de procedure niet correct verliep, met verwijzing naar het verbod op discriminatie en gebrekkige procedures.
De rechter reageerde dat hij geen inhoudelijke betrokkenheid had gehad en geen vooringenomenheid bestond. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat het verzoek niet specifiek betrekking had op de rechter die de zaak behandelde, maar op de procedure in het algemeen.
Omdat het wrakingsverzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en vond geen inhoudelijke behandeling plaats.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet specifiek tegen de rechter was gericht.