Uitspraak
datum : 7 november 2025
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
[naam] ,
procedure
- de brief van de advocaat van betrokkene, ontvangen op 21 augustus 2025;
- de brief van de bewindvoerder, ontvangen op 25 september 2025.
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind, stellende dat hij zijn financiële zaken zelf kan regelen, eventueel met hulp van familie, en dat de bewindvoerder hem niet alle informatie verstrekt. De bewindvoerder betwistte dit en stelde dat betrokkene niet in staat is zijn geldzaken zelfstandig te beheren, mede door verslavingsproblematiek, dakloosheid en gebrek aan stabiliteit.
Op de zitting werden de standpunten van beide partijen besproken, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde de situatie minder ernstig presenteerden dan de bewindvoerder. De kantonrechter nam mee dat betrokkene geen stabiel jaarinkomen en geen woning heeft, geen zelfstandigheidstraject heeft doorlopen en onvoldoende inzicht toont in zijn financiën.
De kantonrechter verwees naar eerdere afwijzingen van soortgelijke verzoeken en de voorwaarden die gesteld zijn voor opheffing, waaronder een duurzaam stabiele woon- en inkomenssituatie. Gezien het ontbreken hiervan en de onderlinge verstandhouding tussen betrokkene en bewindvoerder, achtte de rechtbank voortzetting van het bewind noodzakelijk en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende zelfstandigheid en gebrek aan stabiele woon- en inkomenssituatie.