Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
had moeten inschakelenen dat niet aan deze voorwaarde is voldaan.
- a) de man heeft op 30 augustus 2024 een e-mail gestuurd waarin hij, kort gezegd, betoogt dat de vrouw ongelijk heeft en aangeeft
- b) de advocaat van de vrouw heeft op 18 september 2024 een e-mail gestuurd waarin wordt aangegeven, kort gezegd, dat het geen zin heeft om een mediationtraject te starten als dat enkel een herhaling van zetten is,
- c) de man heeft per e-mail van 20 september 2024 bericht dat hij bereid is een mediationtraject te doorlopen,
- d) de vrouw heeft per e-mail van 27 september 2024 (productie 15 conclusie van antwoord in incident) aangegeven de afspraak van 4 oktober 2024 bij de mediator te annuleren, omdat de man niet heeft bevestigd te zullen komen.
3.De beslissing
26 november 2025voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.