Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het standpunt van de officier van justitie.
(bijlage):
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 14 november 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksuele aanranding van een toen 10-jarig meisje in augustus 2024. Het slachtoffer had verklaard dat verdachte meerdere seksuele handelingen had verricht, waaronder het tonen van zijn geslachtsdeel en betasten van haar onder de kleding.
Hoewel de rechtbank de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar achtte, concludeerde zij dat er onvoldoende steunbewijs was om tot een bewezenverklaring te komen. De emotionele reacties van het slachtoffer, de confrontatie tussen verdachte en de vader van het slachtoffer, en een eerdere beschuldiging van een ander meisje werden niet als voldoende ondersteunend bewijs aanvaard.
De rechtbank wees de schakelbewijsconstructie af omdat de eerdere beschuldiging geen kenmerkende overeenkomsten vertoonde. Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende steunbewijs ondanks betrouwbare verklaring van het slachtoffer.