ECLI:NL:RBOBR:2025:7568
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak door wrakingskamer
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant, nadat deze reeds een einduitspraak had gedaan in een eerdere wrakingsprocedure. De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking van een rechterlijk college na het geven van een eindbeslissing. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure betrof een huurovereenkomst en betalingsverplichting, waarbij verzoeker eerder een wrakingsverzoek had ingediend dat ongegrond werd verklaard. Het nieuwe wrakingsverzoek werd per mail ingediend na de einduitspraak van 28 oktober 2025. De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek te laat was en dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk was.
De beslissing werd op 13 november 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit voorzitter Wijsman en leden De Meyere en Boerma. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak van de wrakingskamer is ingediend.