ECLI:NL:RBOBR:2025:7643

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
11846412 TD VERZ 25-1265 + 11846421 TD VERZ 25-1266
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.A.A. van den Hoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing bewind en mentorschap wegens onvoldoende stabiliteit

Betrokkene verzocht de rechtbank om het bewind en mentorschap op te heffen, stellende dat zij zich persoonlijk en financieel sterk heeft ontwikkeld en zelfstandig haar geldzaken kan beheren. Zij ervaart echter frustratie door de beperkte vrijheid in beslissingen over het huishouden en de zorg voor haar kinderen.

De bewindvoerder en mentor zijn het oneens met het verzoek. Zij stellen dat betrokkene niet in staat is haar financiën zelf te beheren, onder meer omdat vaste lasten niet door haar worden betaald en het leefgeld niet voor het beoogde doel wordt gebruikt. Tevens is er sprake van financiële problemen bij haar partner. De mentor benadrukt de kwetsbaarheid van betrokkene en het belang van monitoring, zeker gezien haar zwangerschap.

De kantonrechter concludeert dat er geen voldoende stabiele situatie is om het bewind en mentorschap op te heffen. Er is geen verandering in omstandigheden sinds het eerdere verzoek in juni 2025, dat na overleg werd ingetrokken. Betrokkene heeft bovendien geen zelfstandigheidstraject doorlopen, wat noodzakelijk is om haar geleidelijk voor te bereiden op zelfstandig financieel beheer.

De rechtbank wijst het verzoek daarom af en stelt dat het bewind en mentorschap nog minimaal een jaar gehandhaafd blijven om de situatie te monitoren en betrokkene te ondersteunen richting zelfstandigheid.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap wordt afgewezen wegens onvoldoende stabiele situatie.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 11846412 TD VERZ 25-1265 + 11846421 TD VERZ 25-1266
dossiernummer : BM 47222 + MB 14890
datum : 7 november 2025
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap

op verzoek van:

[naam] ,

geboren te [plaatsnaam] , [land] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder en mentor SAAM Thuisbegeleiding B.V.,
KvKno.: 65454596, Postbus 155, 5420 AD Gemert, Postbus 155.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek, ontvangen op 20 augustus 2025;
  • de schriftelijke reactie van de bewindvoerder en mentor op het eerdere gelijkluidende verzoek van betrokkene van 30 juni 2025 dat later in overleg met de bewindvoerder en mentor is ingetrokken, ontvangen op 17 juli 2025.
Het verzoek is besproken op de zitting van 16 oktober 2025. Van de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op zitting zijn de bewindvoerder en de mentor verschenen. Betrokkene is via een telefoonverbinding gehoord.

beoordeling

Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind en mentorschap. Ze voert aan dat ze zich de afgelopen jaren op persoonlijk en financieel vlak sterk heeft ontwikkeld. Betrokkene zegt ook dat ze zelf op een verantwoorde manier met geld omgaat, tijdig haar vaste lasten betaalt en bewuste keuzes maakt voor haar gezin. Betrokkene is van mening dat het bewind en mentorschap niet meer passend is. Ze ervaart te weinig vrijheid om samen met haar partner beslissingen te nemen over het huishouden, aankopen en de zorg voor de kinderen. Dat levert betrokkene frustratie op en zij is van mening dat dit haar zelfstandigheid belemmert. Op de zitting heeft betrokkene nog toegevoegd dat ze te weinig leefgeld ontvangt.
De bewindvoerder en mentor stemmen niet in met het verzoek van betrokkene. Zij achten betrokkene niet in staat om haar financiën zelf te beheren. De vaste lasten worden niet betaald door betrokkene zelf, maar de bewindvoerder doet dat met het kostgeld van haar partner en de ontvangen toeslagen. Het leefgeld wordt aangewend voor andere doelen dan waarvoor het is bestemd. Zo wil betrokkene in oktober een Cinema Wall aanschaffen met de kinderbijslag. Ook sluit betrokkene, zonder overleg of inzicht in haar financiële situatie, abonnementen af waarvoor geen financiële ruimte is. De bewindvoerder moet dit vervolgens terugdraaien. Daarbij komt dat de partner van betrokkene zich recentelijk heeft gemeld bij de gemeente met het verzoek om hulp vanwege financiële problemen.
Op de zitting heeft de bewindvoerder met betrekking tot het leefgeld toegelicht dat betrokkene eerder bij haar moeder woonde en toen meer te besteden had.
Met betrekking tot het mentorschap voeren de mentor en bewindvoerder aan dat betrokkene een kwetsbare vrouw is en dat er de afgelopen jaren verschillende levensgebeurtenissen zijn waardoor er zorgen zijn ontstaan. Op dit moment is betrokkene zwanger van haar vierde kindje. De mentor en bewindvoerder achten het van belang om de situatie zeker nog één jaar te monitoren.
De mentor geeft op zitting aan dat zij vooral contact heeft met betrokkene rondom de zwangerschap. Volgens de mentor accepteert betrokkene de door de mentor geregelde begeleiding van ORO niet en is betrokkene niet naar de door de mentor gemaakte afspraak bij de fysiotherapeut gegaan.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op basis van de ingediende stukken en wat er is besproken op de zitting is gebleken dat het op dit moment nog te vroeg is om het bewind en mentorschap op te heffen. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene graag haar geld- en zorgzaken zelf willen regelen. Er zijn echter onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gekomen waaruit kan worden afgeleid dat betrokkene dat op dit moment zelf kan. Betrokkene heeft op 30 juni 2025 een gelijkluidend verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap ingediend. Dat verzoek heeft zij na overleg met haar mentor en bewindvoerder ingetrokken. In de aan de rechtbank daarover verstuurde brief van 29 juli 2025, die door betrokkene, de bewindvoerder en de mentor is ondertekend, staat:

De conclusie is dat dit niet het juiste moment is om het bewind en mentorschap op te heffen. Redenen hiervoor zijn dat de financiële situatie van betrokkene en haar partner op dit moment niet stabiel is. Daarnaast is betrokkene zwanger van haar vierde kindje. Het is daarom wenselijk dat de bewindvoerder en mentor zorgen uit handen nemen.”
en

Met betrokkene is afgesproken om over één jaar de situatie opnieuw te bekijken.”
De kantonrechter is het eens met de conclusie in deze brief. Er is op dit moment geen sprake van een voldoende stabiele situatie om het bewind en mentorschap te kunnen opheffen. Er is niets veranderd in de situatie van betrokkene ten opzichte van de situatie in juli 2025. Dat heeft betrokkene op de zitting erkend en de bewindvoerder en de mentor onderschrijven dit.
Daarnaast weegt voor de kantonrechter mee dat betrokkene geen zelfstandigheidstraject heeft doorlopen. Het doorlopen van een zelfstandigheidstraject is, zeker als iemand al geruime tijd onder bewind staat, bedoeld om betrokkene te helpen naar financiële zelfredzaamheid. Zodat iemand niet opeens in het diepe wordt gegooid, maar eerst met behulp van de bewindvoerder de benodigde stappen richting het zelf beheren van het geld zet. Wanneer het zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid is verlopen, kunnen de bewindvoerder en de betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A. van den Hoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.