Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging.
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 1] , met factuurnummer 511, d.d. 1 mei 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro (DOC-021-34, pag. 4438/4980) en/of
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 2] , met factuurnummer 614, d.d. 1 juli 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro (DOC-021-60, pag. 4464/4980) en/of
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 3] , met factuurnummer 890, d.d. 10 oktober 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro (DOC-021-34, pag. 4438/4980) en/of
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 4] ( [cursistnummer] ), met factuurnummer 2399, d.d. 10 december 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro (AMB-045-02, pag. 1623 en 1624/4980) en/of
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 5] , met factuurnummer 2457, d.d. 10 januari 2019 voor een bedrag van 1.250,00 euro (DOC-021-36, pag. 4440/4980),
-elk- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware het echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken -zakelijk weergegeven- hierin dat: [bedrijf 1] . en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar, voornoemde valse en/of vervalste factu(u)r(en) aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft verzonden en/of verstrekt ten behoeve van de uitbetaling hiervan aan [bedrijf 1] . (AMB-001-04, pag. 827/4980 en DOC-021-34, pag. 4438/4980, AMB-001-04, pag. 834/4980 en 835/4980 en DOC-021-60, pag. 4464/4980, AMB-045-02, pag. 1623/4980 en 1624/4980, AMB-001-04, pag. 827/4980 en 828/4980 en DOC-021-36, pag. 4440/4980), tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
2.De formele voorvragen.
3.De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Het systeem van bekostiging van inburgeringscursussen ten tijde van de tenlastegelegde feiten.
Het bestuur van [bedrijf 1] .
Beoordeling feit 1. Heeft [bedrijf 1] zich (telkens) schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte?
“(…)het aantal leerlingen wat ik op mijn lijst had, heb ik nooit op mijn scherm gehad. Dat klopte helemaal niet. Stel ik had een klas met 12 mensen dan zaten er zo vier a vijf cursisten niet in.”[docent 2] verklaarde dat zij de aanwezigheid niet hoefde te registreren vanuit [bedrijf 1] . [docent 3] verklaarde dat hij voor de ONA-cursussen helemaal geen aanwezigheid heeft bijgehouden omdat dit van [bedrijf 1] niet hoefde. [docent 4] verklaarde hij dat hij maar één keer een presentielijst had gekregen en de aan- of afwezigheid verder niet hoefde door te geven. [docent 5] verklaarde dat zij, als haar in oktober gevraagd werd om een presentielijst bij te houden zij deze lijst pas in november kreeg en dat [bedrijf 1] in het begin helemaal niet vroeg om presentielijsten. Daarnaast verklaarde zij dat zij een aan haar getoonde deelnemerslijst niet herkende, dat zij überhaupt geen ONA-cursussen heeft gegeven en dat ze ook nooit zoveel mensen in één klas heeft gehad als op de getoonde deelnemerslijst staan. 46 cursisten in één klas is volgens haar ook niet mogelijk.
Tussenconclusie feit 1: valsheid in geschrifte
Beoordeling feit 2. Heeft [bedrijf 1] zich schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen?
Frauduleus handelen heeft geleid tot valse facturering bij de DUO bij de door verbalisanten onderzochte cursussen
Extrapolatie vanaf de onderzochte cursussen naar het overige onderwijs binnen [bedrijf 1]
Vermenging
Tussenconclusie feit 2: witwassen.
Het daderschap van een rechtspersoon.
Kunnen de strafbare feiten worden toegerekend aan [bedrijf 1] ?
Beoordeling feit 3: Heeft [bedrijf 2] zich schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen?
Kan het witwassen worden toegerekend aan [bedrijf 2] ?
Is er sprake van medeplegen (ten aanzien van feit 1, 2 en 3)?
Het feitelijk leidinggeven door verdachte aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2]
overnam. Dit betekent dat verdachte daarvoor de leiding had. Ook een ander administratief medewerker, getuige Gawra, heeft verklaard dat zij opdracht kreeg van verdachte. Ten slotte verklaarde getuige Khanjar dat de kleine beslissingen werden genomen door [medeverdachte 1] maar de grote beslissingen werden besproken met verdachte en met medeverdachte [medeverdachte 2] .
Slotconclusie.
4.De bewezenverklaring.
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 1] , met factuurnummer 511, d.d. 1 mei 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro en,
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 2] , met factuurnummer 614, d.d. 1 juli 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro en,
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 3] , met factuurnummer 890, d.d. 10 oktober 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro en,
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 4] ( [cursistnummer] ), met factuurnummer 2399, d.d. 10 december 2018 voor een bedrag van 1.250,00 euro en,
- De factuur van [bedrijf 1] ten behoeve van [cursist 5] , met factuurnummer 2457, d.d. 10 januari 2019 voor een bedrag van 1.250,00 euro
-elk- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware het echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken -zakelijk weergegeven- hierin dat: [bedrijf 1] . en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar, voornoemde valse facturen aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft verzonden en/of verstrekt ten behoeve van de uitbetaling hiervan aan [bedrijf 1] ., aan welke verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
5.De strafbaarheid van het feit.
6.De strafbaarheid van verdachte.
7.De oplegging van straf.
8.De toepasselijke wetsartikelen.
9.DE UITSPRAAK
verklaarthet tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;
verklaartdat het bewezenverklaarde oplevert de misdrijven:
verklaartverdachte hiervoor strafbaar en
legt opde volgende straf: