Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsbeslissing.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
De oplegging van straf.
- een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis en;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
verklaarthet onder feit 1 primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaartdat het bewezenverklaarde oplevert het misdrijf:
verklaartverdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen:
Een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis;
Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.