ECLI:NL:RBOBR:2025:7791
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek na einduitspraak in ondertoezichtstelling minderjarige
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. M.R.A. de Werd, rechter in een procedure over de ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon. De rechter had op 13 oktober 2025 een einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
Verzoeker diende het wrakingsverzoek op 21 oktober 2025 in, nadat de einduitspraak was gedaan. De wrakingskamer stelde vast dat artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat wraking mogelijk is op grond van gegronde vrees voor partijdigheid, maar dat de wet niet voorziet in wraking na einduitspraak.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het na de einduitspraak is ingediend en dat er geen reden was tot mondelinge behandeling. Het verzoek werd dan ook afgewezen en deze beslissing is definitief.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens indiening na de einduitspraak, waardoor het niet-ontvankelijk is verklaard.