ECLI:NL:RBOBR:2025:7791
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking van de rechter na einduitspraak in een jeugdzorgzaak
In de zaak met procedurenummer C/01/419950 JE RK 25-1382 heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om de minderjarige zoon van verzoeker voorlopig onder toezicht te stellen en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De rechter, mr. M.R.A. de Werd, heeft op 13 oktober 2025 op dit verzoek beslist. Verzoeker, die het niet eens was met deze gang van zaken, heeft op 21 oktober 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter.
De wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 25 november 2025 het wrakingsverzoek beoordeeld. Volgens artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter gewraakt worden op basis van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar kunnen brengen. Echter, de wrakingskamer heeft vastgesteld dat het verzoek tot wraking is ingediend na de einduitspraak van de rechter, wat in strijd is met de wettelijke bepalingen.
De wrakingskamer heeft geconcludeerd dat verzoeker niet-ontvankelijk kan worden verklaard in zijn wrakingsverzoek, omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om een rechter te wraken na het doen van een einduitspraak. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.