Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
De bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straffen en maatregel.
Het oordeel van de rechtbank.
voor dient te zijn. De Raad vindt het dan ook belangrijk dat het huidige jeugdreclasseringstraject voortgezet wordt. Ook is het wenselijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft bij onderzoeken en mogelijk ook behandelingen binnen de GGzE.
De Raad adviseert aan verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich houdt aan de aanwijzingen van Jeugdbescherming Brabant (jeugdreclassering);
- meewerkt aan een vorm van dagbesteding (school).
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
werkstrafvoor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie.
maatregel tot schadevergoeding.