In deze uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant wordt het beroep van eiseres tegen de besluiten van de Dienst Toeslagen inzake de herbeoordeling van haar aanspraken op kinderopvangtoeslag over meerdere jaren behandeld. Eiseres had verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2009, met het oog op compensatie in het kader van de toeslagenaffaire, op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is, wat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De rechtbank legt uit dat er geen sprake is van vooringenomenheid of schade die compensatie rechtvaardigt. Eiseres had in 2006 recht op kinderopvangtoeslag, maar er was geen sprake van vooringenomenheid of schade. Voor het jaar 2008 is er wel vooringenomenheid vastgesteld, maar de rechtbank concludeert dat eiseres geen recht had op compensatie omdat er in bepaalde maanden geen opvang was afgenomen. Voor het jaar 2009 oordeelt de rechtbank dat er geen recht op kinderopvangtoeslag was, omdat eiseres geen gebruik had gemaakt van geregistreerde kinderopvang. De rechtbank bevestigt dat het bestreden besluit van 19 december 2024 in stand blijft, en dat eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is openbaar gedaan op 4 december 2025.