ECLI:NL:RBOBR:2025:7875

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/01/25/85 R
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a lid 1 FwArt. 285 lid 1 onder f Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling toegewezen zonder vervroegde ingangsdatum

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege problematische schulden die zij niet zelf kan aflossen. De rechtbank beoordeelt of zij voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn en het voldoen aan verplichtingen in het voorafgaande minnelijk traject.

De rechtbank constateert dat verzoekster niet heeft voldaan aan de verplichting tot maximale afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag (vtlb) en ook niet aan de inspanningsverplichting, aangezien zij pas laat is gaan solliciteren en niet voldoende uren werkte. Hierdoor kan geen vervroegde ingangsdatum van de Wsnp-termijn worden vastgesteld.

De rechtbank stelt de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden vanaf de datum van uitspraak en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. De bewindvoerder krijgt de opdracht toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen en mag een voorschot op vergoeding nemen. Alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Het Wsnp-traject eindigt met een schone lei indien verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een termijn van 18 maanden vanaf 30 oktober 2025, zonder vervroegde ingangsdatum.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-brabant

Team Insolventie
Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Rekestnummer: C/01/416684 / FT RK 25.380
Insolventienummer: C/01/25/85 R
Vonnis van 30 oktober 2025
op het verzoek van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp-verzoek) en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek toepassing schuldsaneringsregeling toe en het verzoek eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- het verzoekschrift dwangregeling met bijlagen;
- de zitting van 23 oktober 2025, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ,
- [naam schulddienstverlener] , werkzaam bij Verder Financiële Zorgverlening B.V.,
- [naam beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder werkzaam bij [naam maatschap] .
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
1.3.
Bij afzonderlijk vonnis is vandaag het verzoek dwangregeling afgewezen.

2.Het verzoek

[verzoekster] verzoekt subsidiair, in het geval het verzoek dwangregeling wordt afgewezen, om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarbij verzoekt zij om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

De toelating
3.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de drie jaar voorafgaand aan de dag van indiening van het verzoekschrift. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
3.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
3.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure van de wettelijke schuldsaneringsregeling als hoofdprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
3.4.
Overeenkomstig de wettelijke hoofdregel stelt de rechtbank de termijn van de Wsnp-regeling op 18 maanden.
De ingangsdatum
3.5.
Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling anderhalf jaar bedraagt, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dan wel vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 onder Pro f Fw, indien die dag eerder is gelegen.
3.6.
Om in aanmerking te komen voor een vervroeging van het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling moet [verzoekster] tijdens het minnelijk (voor)traject hebben voldaan aan de verplichtingen die uit dat traject voortvloeien. Als uitgangspunt daarbij geldt dat de schuldenaar voldaan heeft aan de inspanningsplicht. Dat betekent dat bij arbeidsgeschiktheid 36 uur per week moet worden gewerkt of aantoonbaar moet worden gesolliciteerd naar een baan voor 36 uur per week. Daarnaast moet [verzoekster] tijdens dat minnelijk (voor)traject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) aflossen op haar schulden.
3.7
Van een dergelijke maximale aflossing op de schulden tijdens het minnelijk traject kan naar het oordeel van de rechtbank pas sprake zijn wanneer de financiële situatie van [verzoekster] stabiel is, de schuldpositie van [verzoekster] volledig in beeld is gebracht en op basis van onder meer een recente vtlb-berekening een aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Naar het oordeel van de rechtbank geldt daarom als uitgangspunt dat het minnelijk traject aanvangt zodra de stabilisatiefase blijvend is afgerond en aan de schuldeisers een (nul)aanbod aan de schuldeisers wordt voorgelegd.
3.8.
[verzoekster] heeft weliswaar gesteld dat er in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject voor de schuldeisers is gespaard, maar onduidelijk is gebleven hoeveel. Ook is gebleken dat het vtlb onjuist is berekend en er kosten zijn opgevoerd die niet opgevoerd hadden moeten worden. Niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de in dat traject geldende verplichting tot maximale afdracht van het inkomen boven het vtlb.
Daarnaast is in de periode van het schuldhulpverleningstraject ook niet aan de inspanningsverplichting voldaan. [verzoekster] werkte tot mei 30 uur per week, is in mei 2025 haar baan kwijtgeraakt en is pas in september 2025 voor het eerst gaan solliciteren.
3.9.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 30 oktober 2025, de dag van deze uitspraak.

4.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

4.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen). Van [verzoekster] wordt verwacht dat zij -conform de regels- gaat solliciteren naar een baan voor 36 uur per week. Daarbij wordt ook verwacht dat zij solliciteert op banen die niet op fiets afstand zijn, indien er geen geschikte vacatures voor banen op fietsafstand te vinden zijn.
4.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
4.3.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met haar afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ;
5.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf vandaag 30 oktober 2025;
5.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. S.C.E.F Moulen Janssen;
5.4.
benoemt tot bewindvoerder [naam bewindvoerder] , [postbus] , [vestigingsplaats] ;
5.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
5.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
5.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
5.8.
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 30 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]
De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.