ECLI:NL:RBOBR:2025:7879

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
01-810014-11
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens moord en psychiatrische stoornis

Betrokkene is sinds 2012 terbeschikking gesteld wegens moord en verblijft momenteel in FPA De Boog te Warnsveld. De rechtbank heeft op 19 november 2025 de verlenging van deze maatregel met twee jaren uitgesproken.

De verlenging is gebaseerd op recente Pro Justitia rapportages van psychiater en psycholoog, alsmede een verlengingsadvies van de Pompestichting. Uit deze rapporten blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie (paranoïde type) en een harddrugsverslaving, beide in remissie, maar met een blijvend risico op recidive en agressie bij het wegvallen van het huidige behandelkader.

De deskundigen adviseren de verlenging vanwege het noodzakelijke risicomanagement en de kwetsbaarheid van betrokkene, die nog niet zelfstandig kan functioneren en een langdurig behandeltraject nodig heeft. De rechtbank volgt deze adviezen en acht verlenging noodzakelijk voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

De betrokkene is recent overgeplaatst naar De Boog, waar hij onder minder beveiliging leert stabiel te blijven, met een toekomstig traject richting De Meent. De rechtbank benadrukt het belang van een zorgvuldige voorbereiding op proefverlof en de betrokkenheid van reclassering bij positieve ontwikkelingen.

De verdediging voerde geen verweer, maar verzocht om opname van kritische evaluatie van proefverlof in de beslissing. De rechtbank verlengt de maatregel met twee jaren en spreekt dit in het openbaar uit.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01-810014-11
Uitspraakdatum: 19 november 2025

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,
verblijvende in FPA De Boog te Warnsveld.

Het onderzoek van de zaak

Bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2012 is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 7 februari 2024, met twee jaren verlengd.
De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 21 oktober 2025 strekt tot
verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren.
Deze vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 november 2025. Hierbij zijn gehoord de officier van justitie, deskundige J.P.M. van Casteren, de betrokkene en zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic.
In het dossier bevinden zich onder andere:
  • een Pro Justitia rapportage van 19 augustus 2025, opgesteld door P.K. Kristensen, GZ-psycholoog;
  • een Pro Justitia rapportage van 20 augustus 2025, opgesteld door L.H.W.M. Kaiser, psychiater;
  • een rapport ‘verlengingsadvies tbs’ van de Pompestichting van 26 september 2026 (
  • de omtrent de betrokkene gehouden wettelijke aantekeningen;
  • het persoonsdossier van de betrokkene.

De beoordeling

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van moord, terwijl de veiligheid van anderen,
dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel
eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of
gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen de over de betrokkene opgemaakte adviezen van de psychiater, psycholoog en de Pompestichting in aanmerking.
Het advies van de psychiater
Uit het voormeld psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 20 augustus 2025 volgt dat er bij de betrokkene sprake is van een psychische stoornis in de vorm van schizofrenie (paranoïde type), met antipsychotische medicatie in remissie, en een harddrugsverslaving die nu ook in remissie is. Het risico op recidive in de huidige behandelstructuur en binnen het huidige juridische kader wordt als laag ingeschat, nu er voldoende structurering, toezicht op medicatiegebruik en monitoring van het verbod op drugsgebruik is. Wanneer het huidige behandelkader en juridische kader vervalt, wordt het risico op recidive als matig tot hoog ingeschat. De ernst van het indexdelict dient daarbij zwaar gewogen te worden. Daar komt bij dat er gevaar is voor agressie naar anderen waar hij zijn paranoïde en psychotische belevingen op richt. De maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging blijft daarom noodzakelijk voor recidivepreventie, waarbij een voorzichtig beleid wordt gevoerd in de opbouw van vermindering van de mate van beveiliging terwijl de zorgzwaarte niet verandert. Hiervoor is toezicht vanuit psychiatrisch perspectief langdurig nodig en is een dwingend kader nodig voor het gebruik van antipsychotische medicatie, mede gelet op het chronische aspect van zijn psychische stoornis en zijn gebrek aan ziekte-inzicht. De betrokkene wordt nu overgeplaatst naar De Boog (
tijdens de zitting is besproken dat deze overplaatsing inmiddels heeft plaatsgevonden) waar hij leert om met minder beveiliging stabiel te blijven. Dat zal goed verankerd moeten zijn, voordat hij de overstap kan maken naar De Meent. Op grond van het bovenstaande adviseert de deskundige de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor een maximale termijn van twee jaren om een noodzakelijk vangnet en het nodige risicomanagement te vormen.
Het advies van de psycholoog
Uit de rapportage van het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 19 augustus 2025 volgt dat de betrokkene lijdend is aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van schizofrenie (paranoïde type) en aan een verslaving aan cannabis, alcohol en cocaïne, naast enkele kenmerken van een antisociale persoonlijkheid. Indien de betrokkene alleen in de maatschappij zou moeten functioneren, wordt het risico op recidive hoog ingeschat, omdat de kans aanwezig is dat hij stopt met het gebruiken van de anti-psychotische medicatie en middelen gaat gebruiken. Dat zal ertoe kunnen leiden dat hij wederom psychotisch gaat functioneren. Momenteel lijkt hij goed te functioneren en ook lijkt hij weinig last te hebben van psychotische belevingen. Het risico op toekomstig geweld hangt af van het verloop van zijn ziektebeeld. Het recidiverisico is laag tot matig bij voortzetting van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, plaatsing bij FPA De Boog en voortzetting met een verblijf bij de woningen van De Meent. Gelet op het voorgaande adviseert de deskundige de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren, opdat de plaatsing bij De Boog en doorstroming naar De Meent kan worden gerealiseerd.
Het advies van de Pompestichting
In voornoemd verlengingsadvies tbs van de Pompestichting van 26 september 2025 is onder meer het navolgende gesteld.
Classificerend is er sprake van schizofrenie, verslavingsproblematiek en antisociale kenmerken in de persoonlijkheid.De psychische conditie is, overeenkomend met voorgaande periodes, wisselend. Betrokkene kent periodes waarin er sprake is van verhoogde spanning/stress, zich uitend in somatische klachten (hoofd- en buikpijn), prikkelbaarheid, negatieve gedachten en een ‘naar’ gevoel. Betrokkene weet de juiste interventies in te zetten door niet naar het werk te gaan, de begeleiding op te zoeken en rust te vinden op zijn kamer. Wanneer betrokkene in een positievere periode zit, is hij aanwezig op de groep en wordt hij ervaren als een gezelligepatiënt. Er is geen sprake geweest van fysiek acting out gedrag. Wel is er zo nu en dan sprake van gokgedrag (o.a. pokeren). Verveling en eenzaamheid spelen een primaire rol in het tot stand komen van gokgedrag (alsmede middelengebruik). Betrokkene probeert de nare gevoelens en opgebouwde spanning hiermee weg te maken.
De afdeling waar betrokkene verblijft krijgt in augustus 2024 een andere invulling, ten behoeve van langdurig verblijf. Deze verandering heeft bij hem voor de motivatie gezorgd toch in te stemmen met medicatie in depotvorm.
Betrokkene maakte het grootste deel van deze periode uitsluitend gebruik van begeleid verlof, daar voor onbegeleid verlof in verband met het onttrekkingsrisico de voorwaarde was gesteld dat er overeenstemming moet zijn over het vervolgtraject. Nadat betrokkene is ingesteld op depotmedicatie en er overeenstemming was over plaatsing bij FPA De Boog, zijn eind oktober 2024 de onbegeleide verloven weer stap voor stap hervat, zodat betrokkene eerst vanuit de huidige vertrouwde en beschermde omgeving kan oefenen met deze vrijheden.
In de eerste maanden van het nieuwe jaar (de rechtbank begrijpt: 2025) worden de onbegeleide verloven weer mondjesmaat hervat. Ondanks dat met betrokkene voorafgaand aan ieder verlof wordt stilgestaan bij spanningen en het daarmee gepaard gaande risico op onttrekking, is hij op 28 februari 2025 ongeoorloofd afwezig geweest en heeft hij cocaïne en alcohol gebruikt. Met betrokkene is een analyse opgesteld om de volledige situatie in kaart te brengen. Gedurende zijn behandeling is betrokkene viermaal eerder ongeoorloofd afwezig geweest gedurende een onbegeleid verlof. Iedere keer heeft hij harddrugs/alcohol gebruikt. Betrokkene laat een patroon zien waarbij elke stap voorwaarts samengaat met spanning en onzekerheid die zijn beperkte draagkracht overschrijdt. Hij valt dan terug in zijn vertrouwde coping van middelengebruik en (mogelijk) ongeoorloofde afwezigheid. Ditwordt gezien als een vorm van vermijdingsgedrag, voortkomend uit angst. De voorwaarde van depotmedicatie, komt mede voort vanuit het idee dat áls betrokkene zich onttrekt, de medicatie inname in ieder geval geborgd is. Hiermee neemt de kans op agressief gedrag in geval van een onttrekking aanzienlijk af.
Na de ongeoorloofde afwezigheid is contact opgenomen met FPA de Boog, omdat de geplande overgang in ieder geval vertraging zou oplopen. Ook wilde de Boog opnieuw beoordelen of verblijf bij hen nog steeds verantwoord vorm te geven is. De opgestelde terugvalanalyse is aan hen voorgelegd en na zorgvuldig multidisciplinair overleghebben zij in mei 2025 laten weten nog steeds achter de plaatsing van betrokkene te staan. Hierop is toestemming gevraagd en verleend voor hervatting van het transmurale verlof, inclusief onbegeleide vrijheden. Op 27 augustus 2025 is betrokkene overgegaan naar de Boog. Het doel van de plaatsing is om gaandeweg te onderzoeken welke vorm van beschermd/begeleid wonen op het terrein van GGNet haalbaar is. Betrokkene heeft geen ondersteunend netwerk en zal zijn leven nog niet zelfstandig kunnen vormgeven. Hij kan frustraties en spanningen nauwelijks bij zichzelf herkennen en zal onlustgevoelens waarschijnlijk dempen met middelengebruik. Wanneer hij ook geen noodzaak ziet voor gebruik van medicatie zal hij naar verwachting psychotisch ontregelen waarmee het risico op een gewelddadig recidive snel toeneemt.
Het vormgeven van het verdere traject vanuit FPA de Boog zal de termijn van een jaar overstijgen. Wij adviseren om de tbs met dwangverpleging te verlengen met de twee jaar.
De deskundige drs. J.P.M. van Casteren, optredend namens de Pompestiching, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. In aanvulling hierop heeft de deskundige nog het volgende aangevoerd. Sinds de betrokkene verblijft bij De Boog verloopt het traject stabiel. In februari 2026 wordt geëvalueerd of een overgang naar De Boog 7 mogelijk is. Op deze afdeling geldt een lager beveiligingsniveau, wat zal bijdragen aan meer rust voor de betrokkene. Van daaruit kan worden toegewerkt naar een verblijf bij De Meent, waar meer vrijheid geboden wordt. Het verblijf in De Meent is langdurig, maar niet permanent. Op deze locatie zal worden beoordeeld in welke mate de betrokkene in staat is tot zelfstandigheid, welke begeleiding noodzakelijk is, en welke vervolgstappen er genomen kunnen worden richting een langdurig verblijf op het terrein. Zodra een langdurig verblijf is verzekerd, kan de mogelijkheid van proefverlof in overweging worden genomen. Het is van belang dat de betrokkene goed op zijn plek zit en op diverse terreinen de benodigde ondersteuning ontvangt, voordat proefverlof wordt gestart. Dit is essentieel, omdat grote veranderingen mogelijk ingrijpende gevolgen kunnen hebben en er dan onvoldoende stabiliteit is om deze veranderingen goed op te vangen. De komende twee jaren zijn dan ook van belang om deze voorbereiding te realiseren.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
Het standpunt van de verdediging
De betrokkene en zijn raadsvrouw hebben geen verweer gevoerd. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om op te nemen in de beslissing dat bij voortzetting van de positieve ontwikkeling kritisch dient te worden gekeken naar het inzetten van proefverlof en dat de reclassering tijdig dient te worden betrokken in het kader van FPT.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank verenigt zich met voornoemde adviezen. Uit deze adviezen blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij de betrokkene. Naar het oordeel van de rechtbank wordt het recidiverisico door de deskundigen afdoende gemotiveerd onderbouwd. Gelet op de inhoud van deze adviezen, op wat ter terechtzitting naar voren is gebracht door de deskundige, alsmede op de standpunten van de officier van justitie, de betrokkene en zijn raadsvrouw, is de rechtbank, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
De rechtbank overweegt dat er positieve stappen zijn gezet, maar zij ziet geen reden om af te wijken van de adviezen om de maatregel met twee jaren te verlengen. De deskundigen hebben allen duidelijk uitgelegd dat het resocialisatietraject van de betrokkene nog de nodige tijd in beslag zal nemen en dat voorwaardelijke beëindiging van de maatregel binnen nu en twee jaren niet aan de orde is. De rechtbank zal de termijn van de maatregel daarom verlengen met 2 (twee) jaren.
De rechtbank geeft de betrokken partijen mee om bij voorzetting van de positieve ontwikkelingen de reclassering tijdig bij het traject te betrekken.

De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met een termijn van twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door
mr. F. van Buchem, voorzitter,
mr. E. Boersma en mr. E.L. Traag, leden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Ringeling, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.