Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
in elk geval tot het plegen van misdrijven.
De formele voorvragen.
Inleiding.
De beoordeling van de overeenkomst.
- de rechtbank vorderen tot wijziging van de tenlastelegging, hetgeen reeds heeft plaatsgevonden tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 6 februari 2025;
- rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de tenlastegelegde feiten;
- een (geheel) voorwaardelijke gevangenisstraf eisen voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 140 uren, te vervangen door 70 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.
- geen (inhoudelijke) verweren voeren, geen onderzoekswensen indienen en hij heeft het recht om geen (nadere) verklaring af te leggen;
- zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
- afstand doen van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek c.q. het vorderen van een schadevergoeding of vergoeding van de kosten in de zin van de artikelen 529, 530, 533 en 6:6:26 Sv.
Het bewijs.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
in elk geval tot het plegen van misdrijven.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
misdrijf:
straffen:
gevangenisstrafvoor de duur van
1 jaar;
een proeftijd van