ECLI:NL:RBOBR:2025:7905
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.J.J. van de Wetering
- H. Slaar
- N.E.M. Keereweer
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel en strafrechtelijke veroordeling
Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een verdachte, geboren in 1986. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 1.248.083,- en de betalingsverplichting op € 1.050.000,-. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor deze betalingsverplichting. De procedure omvatte meerdere zittingen, waarbij de vordering van de officier van justitie op 21 februari 2024 werd ingediend en later werd aangepast. De verdediging heeft verzocht om de ontnemingszaak af te doen volgens de gemaakte procesafspraken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte vrijwillig en met voldoende informatie heeft ingestemd met de procesafspraken, die zijn gemaakt op 19 maart 2025. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar, een taakstraf van 900 uur en een geldboete van € 250.000,-. De veroordeling is gebaseerd op het medeplegen van valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie en de procesafspraken in haar oordeel meegenomen, en heeft de verplichting tot betaling aan de Staat opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft ook de duur van de gijzeling vastgesteld op 1080 dagen.