Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
in elk geval tot het plegen van misdrijven.
De formele voorvragen.
Inleiding.
De beoordeling van de overeenkomst.
- de rechtbank vorderen tot wijziging van de tenlastelegging, hetgeen reeds heeft plaatsgevonden tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 6 februari 2025;
- rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de tenlastegelegde feiten;
- een geldboete ter hoogte van 100.000,00 euro, waarvan 35.000,00 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
- geen (inhoudelijke) verweren voeren, geen onderzoekswensen indienen en zij heeft het recht om geen (nadere) verklaring af te leggen;
- zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
- afstand doen van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek c.q. het vorderen van een schadevergoeding of vergoeding van de kosten in de zin van de artikelen 529, 530, 533 en 6:6:26 Sv, met uitzondering van de kosten met betrekking tot de tegenrapportage van MW Advies ten aanzien van de ontnemingsvordering.
Het bewijs.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
in elk geval tot het plegen van misdrijven.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
misdrijf:
straf:
geldboeteter hoogte van €
100.000,00;
35.000,00niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat verdachte voor het einde van
een proeftijd van 2 jaaréén of meer van de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd;