Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Faunabeheereenheid Noord-Brabant uit 's-Hertogenbosch (de derde-partij).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
eerste lid, van de Wnb het Faunabeheerplan vast te stellen. Onderdeel van het Faunabeheerplan zijn passende en doeltreffende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van schade aangericht door in het wild levende dieren. Het Faunabeheerplan is met het goedkeuringsbesluit van 11 april 2023 overeenkomstig artikel 3.12, zevende lid, van de Wnb door het college goedgekeurd.
vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb heeft immers reeds plaatsgevonden in paragraaf 2.4 van het besluit en in paragraaf 36.4 van het Faunabeheerplan, dat als aanvraagstuk deel uitmaakt van het besluit. In paragraaf 2.6 van het besluit is bovendien ingegaan op de alternatievenafweging (artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wnb). Bij het bestreden besluit zijn de voorschriften 14 en 15 aan de ontheffing verbonden. Deze voorschriften zijn gesteld zodat het college toezicht kan houden op het doden van de bever en de in dat kader gestelde voorschriften. Anders dan eisers stellen, komt het toezicht dus niet in de plaats van de beoordeling of aan de voorwaarden van artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van de Wnb is voldaan. Deze beoordeling heeft bij het verlenen van de ontheffing reeds plaatsgevonden.
vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
27 juni 2023 voor zover ontheffing is verleend voor het doden van bevers tot en met zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar;
mr.M.J.A.B. Elsman, griffier.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
De Faunabeheereenheid is bevoegd deze ontheffing om te zetten in machtigingen aan de uitvoerende Noord-Brabantse waterschappen en Rijkswaterstaat. De Faunabeheereenheid blijft als houder van de ontheffing verantwoordelijk voor het naleven van de voorschriften waaronder deze ontheffing is verleend.”
De activering van de machtiging (het voornemen tot uitvoering) moet op de dag van inwerkingtreding, via het FaunaRegistratieSysteem, worden doorgegeven aan de toezichthouder van de Omgevingsdienst Noord-Brabant.”
De handelingen onder deze ontheffing vinden uitsluitend plaats op basis van het Beverprotocol van de Noord-Brabantse waterschappen, onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog. De in het Beverprotocol beschreven stappen dienen strikt te worden gevolgd.”
Het beverprotocol van de waterschappen en RWS is leidend voor alle handelingen die deze organisaties uitvoeren. Voor andere beheerders en eigenaren van terreinen is er een beverprotocol opgesteld en vastgesteld door de FBE. Dit protocol moet zorgen voor zorgvuldig handelen en wordt ter goedkeuring aan GS voorgelegd.”
De handelingen onder deze ontheffing voor het doden mogen pas plaatsvinden na het doorlopen van de escalatieladder.”
De escalatieladder, zoals opgenomen in het Faunabeheerplan, dient aantoonbaar nageleefd te worden. Een ingrijpende maatregel wordt voorafgegaan aan een minder ingrijpende maatregelen. Dit betekent dat indien het passief en vervolgens actief verplaatsen van de bever niet effectief blijkt, de maatregel doden pas toegepast mag worden.”
Alle handelingen met gebruikmaking van deze ontheffing dienen door een ecoloog te worden bijgehouden en toegelicht in een logboek. Het logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd.”
Minimaal twee weken voordat tot het doden van de bever wordt overgegaan dient het bevoegd gezag hierover te worden geïnformeerd. Dit kan worden gedaan door het sturen van een e-mail naar info@odbn.nl waarin het voornemen tot doden kenbaar wordt gemaakt. Het logboek als bedoeld in voorschrift 14 dient hierbij meegestuurd te worden.”
Het doden van de bever is niet toegestaan in gebieden met een ecologische functie”.