Op 10 november 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een geheimhoudingsbeslissing genomen in het kader van een verzoek om voorlopige voorziening van een verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een exploitatievergunning door de burgemeester van de gemeente Maashorst. De burgemeester had op 6 oktober 2025 de aanvraag afgewezen en daarbij stukken overgelegd die onderhevig zijn aan geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze stukken bevatten gevoelige informatie die herleidbaar is tot bepaalde personen en van belang kan zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
De geheimhoudingskamer heeft de mededeling van beperkte kennisname van de burgemeester beoordeeld en geconcludeerd dat de belangen van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de opsporing zwaarder wegen dan het belang van verzoekster bij kennisname van de stukken. De burgemeester had in zijn toelichting aangegeven dat het informatierapport van de politie vertrouwelijke informatie bevatte die niet openbaar gemaakt kon worden. Verzoekster was het hier niet mee eens en stelde dat zij niet effectief kon reageren zonder kennis te nemen van de inhoud van het rapport.
De rechtbank heeft uiteindelijk besloten dat de mededeling van beperkte kennisname gerechtvaardigd is en heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld om te reageren op de beperking van de kennisname. De beslissing is genomen door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.B.M. Spapens, griffier. Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig hoger beroep open, maar kan wel hoger beroep worden ingesteld tegen de einduitspraak.