ECLI:NL:RBOBR:2025:8069

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
24/3751
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering van te veel ontvangen huurtoeslag door eiseres

Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en de Dienst Toeslagen. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van € 984, het bedrag dat zij te veel aan huurtoeslag had ontvangen. De Dienst Toeslagen had de huurtoeslag definitief berekend op € 1.971, waarbij eiseres in totaal € 2.955 aan voorschot had ontvangen. Eiseres stelde dat zij in augustus 2023 telefonisch contact had gehad met een medewerker van de Dienst Toeslagen, die een fout had gemaakt bij het vaststellen van haar jaarinkomen. De Dienst Toeslagen ontkende echter dat er in augustus 2023 telefonisch contact was geweest en stelde dat de wijziging van het jaarinkomen via DigID op 5 oktober 2023 was doorgegeven.

De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had aangetoond dat er sprake was van een bijzonder geval dat zou rechtvaardigen dat van terugvordering werd afgezien. De rechtbank stelde vast dat het inkomen van eiseres in 2022 € 23.010 bedroeg, en dat de Dienst Toeslagen de huurtoeslag terecht had berekend. Eiseres had geen andere omstandigheden aangevoerd die zouden leiden tot een matiging van het terugvorderingsbedrag. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres ongegrond en bevestigde de terugvordering van het te veel ontvangen voorschot. De uitspraak werd mondeling gedaan en een proces-verbaal werd opgemaakt, dat binnen twee weken aan partijen zou worden toegestuurd. Partijen hebben het recht om hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3751

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

9 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

en

de Dienst Toeslagen

(gemachtigden: [naam] en mr. G. de Haan).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de Dienst Toeslagen deelgenomen. Eiseres was zonder bericht van verhindering afwezig.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

1. Met het besluit van 5 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van eiseres over 2022 definitief berekend op € 1.971. In dat besluit staat ook dat eiseres € 984 te veel aan voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en dat zij dat bedrag moet terugbetalen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar de Dienst Toeslagen heeft dat bezwaar met het besluit van 9 oktober 2024 ongegrond verklaard.
2. Eiseres is het niet eens met het besluit van 9 oktober 2024 en heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiseres zegt dat zij in augustus 2023 telefonisch contact heeft gehad met een medewerker van de Dienst Toeslagen. Die medewerker vroeg eiseres een schatting van haar jaarinkomen. Eiseres zei dat dit in de maanden september, oktober, november en december € 4.000 was. De medewerker heeft vervolgens een fout gemaakt door het gehele jaarinkomen van eiseres op € 4.000 te zetten. Daardoor heeft eiseres te veel voorschot huurtoeslag ontvangen van € 984. Eiseres vindt dat zij dat bedrag niet hoeft terug te betalen, omdat een medewerker van de Dienst Toeslagen een fout heeft gemaakt.
3. De Dienst Toeslagen is het niet met eiseres eens. Er is in de maand augustus 2023 geen telefonisch contact tussen eiseres en de Dienst Toeslagen geweest. Wel is digitaal met de DigID van eiseres op 5 oktober 2023 een schatting van haar jaarinkomen over 2023 opgegeven van € 4.500. Dit heeft in november 2024 tot een herziening van het voorschot en een (na)betaling aan eiseres geleid. Dit is ook met een brief van 23 november 2023 aan eiseres medegedeeld. Overigens is ook in de maand oktober 2023 geen telefonisch contact tussen eiseres en de Dienst Toeslagen geweest. Dit blijkt uit de belgeschiedenis die in het dossier is gevoegd. De Dienst Toeslagen heeft verder gekeken naar de persoonlijke situatie van eiseres, maar ziet daarin geen reden om af te zien van de terugvordering van € 984. Als eiseres dit bedrag niet in een keer kan voldoen, kan zij om een betalingsregeling verzoeken.
4. De rechtbank stelt vast dat het inkomen van eiseres in 2022 € 23.010 bedroeg. Daarom heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag terecht definitief berekend op € 1.971. Eiseres stelt dat ook niet ter discussie. Ook staat niet ter discussie dat eiseres over 2022 in totaal een voorschot huurtoeslag heeft ontvangen van € 2.955. Dit betekent dat eiseres € 984 te veel aan voorschot huurtoeslag heeft ontvangen.
5. Het uitgangspunt is dat een te veel betaald voorschot moet worden terugbetaald. Dat heeft met het principe te maken dat als je ergens geen recht op hebt je dat terug moet geven. Die verplichting om het geld terug te geven – de terugvordering – is dan ook niet bedoeld als een boete, ondanks dat het best zo kan voelen.
6. In een bijzonder geval kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Degene die stelt dat sprake is van een bijzonder geval – in dit geval: eiseres – moet dat aannemelijk maken. Daarin is eiseres niet geslaagd. Zij heeft gezegd dat zij in augustus 2023 met de Dienst Toeslagen heeft gebeld, maar dit is op geen enkele manier aannemelijk geworden. Wat wel uit het dossier blijkt is dat via de DigID van eiseres in oktober 2023 een wijziging van haar geschatte jaarinkomen is doorgegeven van € 4.500. Daar heeft de Dienst Toeslagen eiseres op 23 november 2023 een brief over gestuurd.
7. Zelfs als deze laatste wijziging door de Dienst Toeslagen zou zijn doorgevoerd – de Dienst Toeslagen bestrijdt dat en het dossier bevat daarvoor geen enkel aanknopingspunt – dan had eiseres uit de brief van 23 november 2023 kunnen begrijpen dat sprake was van een fout. Uit wat eiseres zelf heeft aangevoerd blijkt dat zij in augustus 2023 al wist dat haar jaarinkomen veel hoger lag dan € 4.500. Eiseres heeft er daarom nooit op kunnen vertrouwen dat de definitieve berekening van haar huurtoeslag niet (veel) lager zou uitvallen dan het aan haar verleende voorschot. Ook om die reden kan geen sprake zijn van een bijzonder geval op grond waarvan kan worden afgezien van terugvordering.
8. Andere omstandigheden die ertoe moeten leiden dat moet worden afgezien van terugvordering of dat het terugvorderingsbedrag moet worden gematigd zijn niet door eiseres gesteld en zijn de rechtbank ook anderszins niet gebleken.
De rechter deelt mede dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.
De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Mutsaers, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: