ECLI:NL:RBOBR:2025:8169

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
11493170 \ CV EXPL 25-315
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet vastgestelde tekortkoming bij leggen visgraatvloer

Eisers hebben bij De Oude Plank een visgraatvloer besteld en laten leggen in het souterrain van hun woning. Kort na plaatsing kwam de vloer omhoog, waarna eisers De Oude Plank aansprakelijk stelden voor de gebrekkige uitvoering en nakoming van de overeenkomst. Zij vorderden kosteloze vervanging van de vloer en een schadevergoeding van €14.116,71.

De Oude Plank betwistte aansprakelijkheid en stelde dat zij haar verplichtingen was nagekomen. De kantonrechter constateerde dat de oorzaak van het omhoogkomen van de vloer niet met zekerheid kon worden vastgesteld, mede omdat een nader onderzoek niet heeft plaatsgevonden en de vloer inmiddels was verwijderd. Het door eisers ingebrachte expertiserapport gaf slechts een vermoeden zonder concrete oorzaak aan.

De kantonrechter oordeelde dat eisers onvoldoende bewijs hadden geleverd voor een tekortkoming van De Oude Plank. De vorderingen tot nakoming en schadevergoeding werden daarom afgewezen. De tegenvordering van De Oude Plank tot betaling van de openstaande factuur van €3.051,- werd toegewezen, inclusief wettelijke rente. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vorderingen eisers afgewezen wegens ontbreken bewijs tekortkoming; tegenvordering De Oude Plank tot betaling factuur toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11493170 \ CV EXPL 25-315
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] (vrouwelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. A.P.P. Witteveen,
tegen
DE OUDE PLANK B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Best ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Oude Plank,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V..

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 december 2024 met producties (genummerd 1 tot en met 39);
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties (genummerd 1 tot en met 11);
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte overlegging producties van de zijde van [eisers] met producties (genummerd 40 tot en met 43)
- de bij brief van 13 oktober 2025 van de zijde van De Oude Plank nagezonden productie (ongenummerd)
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Inleiding; waar gaat het in deze zaak om?

[eisers] heeft voor haar woning vloeren bij De Oude Plank gekocht. Deels was dit een visgraatvloer en deels een plankenvloer. De visgraatvloer was onder meer bestemd voor het souterrain. Nadat de vloer in het souterrain was gelegd, is de vloer na een aantal dagen al omhoog gekomen. De vraag die in de procedure centraal staat, is wat daarvan de oorzaak is en wie daarvoor verantwoordelijk is. [eisers] stelt dat De Oude Plank hiervoor verantwoordelijk is en dat zij dus verplicht kan worden om alsnog kosteloos een nieuwe visgraatvloer te leggen in het souterrain zoals tussen partijen is overeengekomen. Bovendien vindt zij ook dat De Oude Plank haar een schadevergoeding van € 14.116,71 moet betalen. De Oude Plank is het daar niet mee eens.

3.Het oordeel van de kantonrechter

De beslissing in het kort
3.1.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat de vorderingen van [eisers] moeten worden afgewezen en dat de tegenvordering van De Oude Plank grotendeels wel toewijsbaar is.
3.2.
Deze beslissing zal hierna in dit vonnis worden toegelicht.
Eerst de vaststaande feiten
3.3.1.
Op 12 december 2022 heeft [eisers] de showroom van De Oude Plank bezocht, omdat zij op zoek was naar houten vloeren voor haar woning. Na dit bezoek heeft De Oude Plank twee offertes gemaakt: (i) een eiken visgraat vloer voor het souterrain, de beletage en de eerste etage; en (ii) een eiken plankenvloer voor de tweede, derde en vierde etage. Deel (ii) is voor de onderhavige kwestie niet relevant en zal hierna dus buiten beschouwing worden gelaten.
3.3.2.
De Oude Plank heeft op 12 december 2022 per e-mail aan [eisers] twee offertes toegestuurd. In de offerte met betrekking tot het souterrain is opgenomen dat de ondervloer egaal, droog en tegen optrekkend vocht geïsoleerd moet zijn.
3.3.3.
Op 21 december 2022 heeft [eisers] de offertes geaccordeerd.
3.3.4.
Voor de planning van het monteren van de vloeren heeft [eisers] De Oude Plank verwezen naar de door haar ingeschakelde aannemer: Re-Create B.V. (in de persoon van [A] en [B] ).
3.3.5.
Op 6 juni 2023 is er overleg geweest tussen De Oude Plank en Re-Create voor de levering en plaatsing van de vloeren. Tijdens het overleg is ook het souterrain ter sprake gekomen, waarbij Re-Create heeft aangegeven dat de vloer niet egaal was en moest worden voorzien van egaline. De Oude Plank heeft aan Re-Create laten weten dat egaline niet zomaar op een niet geïsoleerde ondervloer kan worden aangebracht. Re-Create heeft De Oude Plank vervolgens gevraagd wat zij kon doen. De Oude Plank heeft in reactie hierop laten weten dat zij zou informeren bij haar lijmleverancier [C] .
3.3.6.
Op 7 juni 2023 heeft De Oude Plank een e-mail toegezonden aan [eisers] In deze mail heeft zij verslag gedaan van wat zij heeft geconstateerd en heeft besproken met Re-Create. De Oude Plank heeft verder geadviseerd wat Re-Create kan gebruiken om de vloer te egaliseren en te beschermen tegen optrekkend vocht, zodat De Oude Plank daarna de vloer erop kon monteren. In de e-mail wordt ook vermeld dat Re-Create heeft aangegeven dat zij de week daarna het epoxy vochtscherm en de egalinelaag zal aanbrengen en dat De Oude Plank daarna de egaline zal ruwen en de vloer zal monteren.
3.3.7.
De Oude Plank heeft op 15 juni 2023 een e-mail gestuurd naar Re-Create met de vraag of de ondervloer al klaar was. Re-Create heeft daarop dezelfde dag gereageerd en laten weten dat het vochtscherm inclusief egaline is aangebracht.
3.3.8.
Op 21 en 22 juni 2023 heeft De Oude Plank de ondervloer geruwd en vervolgens de visgraatvloer gemonteerd.
3.3.9.
Kort na het leggen van de visgraatvloer in het souterrain is een deel daarvan omhooggekomen. De houten vloerdelen lieten los.
3.3.10.
De Oude Plank heeft direct de vloer open gemaakt en op verschillende plaatsen vochtplekken opgemerkt.
3.3.11.
Naar aanleiding hiervan heeft De Oude Plank bij e-mail van 29 juni 2023 contact opgenomen met Re-Create. De inhoud van deze e-mail luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“(…)
Wij hebben de vloer in het souterrain open gemaakt omdat deze binnen een paar dagen al omhoog kwam en is het kletsnat er onder. Je ziet de vochtplekken op de vloer met je blote oog nu.
Wij hebben ook een foto van het meetapparaat bijgevoegd. Deze is op zelfs 40 uitgeslagen. Kletsnat dus.
Kun je samen met degene die de epoxy/egaline heeft aangebracht er naar laten kijken?
De egaline was droog toen wij begonnen. Kan er optrekkend vocht doorheen zijn gekomen ?
En hoe dan met een epoxy vochtscherm?
3.3.12.
In reactie hierop heeft Re-Create diezelfde dag per mail laten weten dat zij Thomsit R755 heeft gebruikt en dat de ondervloer is aangepakt door een expert.
3.3.13.
Omdat onbekend was wat de oorzaak was van het omhoogkomen van de vloerdelen, heeft De Oude Plank voorgesteld om een vloerenexpert in te schakelen, te weten de heer [D] van [bedrijfsnaam D] . De Oude Plank heeft op 1 juli 2023 een e-mail naar Re-Create en [eisers] toegezonden en laten weten dat de heer [D] op 24 augustus 2023 kon langskomen voor onderzoek. [eisers] heeft hiermee ingestemd. Re-Create heeft niets van zich laten horen.
3.3.14.
Op 17 juli 2023 heeft [eisers] de heer [D] een e-mail toegestuurd waarin zij heeft laten weten nog een aantal vragen te hebben vooruitlopend op zijn bezoek. Zo wilde zij meer informatie over het leggen van een vloerverwarming. Ook heeft zij gevraagd of de vloer eruit kon worden gehaald. De heer [D] heeft in reactie hierop per e-mail van 20 juli 2023 aangegeven dat de vloer moest blijven liggen voor nader onderzoek.
3.3.15.
Vervolgens heeft [eisers] besloten om af te zien van een onderzoek door de heer [D] (omdat zij snel uitsluitsel wilde of er geen vochtproblemen waren met de vloer) en heeft zij zelf een expert, te weten De Droogspecialist, ingeschakeld om het vochtgehalte in de vloer te meten door middel van een carbid meting [1] . De Oude Plank is niet gekend in dit onderzoek en was ook niet uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn.
3.3.16.
De conclusie van de door [eisers] ingeschakelde expert was dat de vloer – op het moment van het onderzoek – droog was. De Droogspecialist vermoedde dat de lijmlaag niet goed genoeg heeft gehecht aan de egalinelaag. De reactie van de lijm op de egaline heeft vermoedelijk de ‘vlek’ veroorzaakt die in eerste instantie leek op een vochtplek, aldus de schriftelijke rapportage van De Droogspecialist. De Droogspecialist heeft verder geadviseerd om de lijmleverancier te vragen of de juiste lijmmethode is toegepast.
3.3.17.
Nadat partijen over en weer met elkaar hebben gecorrespondeerd (waarbij De Oude Plank heeft gevraagd om betaling van de factuur met betrekking tot het leggen van de vloer en [eisers] heeft gevraagd om levering van een vervangende vloer), heeft De Oude Plank aangegeven dat in november 2023 in het souterrain een vervangende vloer kon worden gelegd.
3.3.18.
Op 13 september 2023 heeft [eisers] laten weten dat dit te laat is. Zij heeft vervolgens verzocht om levering van de materialen (vervangende vloer) op 21 september 2023 en daarbij te kennen gegeven dat zij ervoor zal zorgen dat de vloer door een ander wordt gelegd. Verder heeft zij nog geschreven, voor zover hier van belang:
“(…)
Ik laat je tot slot ook nog even weten dat wij met [B] [2] en [A] in overleg zijn over
de gebeurtenissen in het souterrain. Zij komen tot de conclusie dat overeenkomstig de
voorschriften is gewerkt (in lijn met de productvoorschriften) en dat jullie precies wisten
wat zij wel en niet hebben gedaan (…) als jullie daartegen bezwaar hadden gehad, dan hadden jullie toen aan de bel moeten trekken (…) Het kan niet zo zijn dat wij een dure vloer kopen bij een gerenommeerd bedrijf, de lijm niet goed hecht (of wat dan ook) waardoor de vloer loslaat, waardeloos is geworden en wij daar vervolgens voor opdraaien. Ik kan als leek niet beoordelen wiens ‘schuld’ het is. Ik zie wel dat [B] duidelijk aan jullie heeft gecommuniceerd wat door Re-Create wel en niet is gedaan. Uit de communicatie bleek ook dat Re-Create geen zand zou strooien bij het aanbrengen van die onderlaag. Als dat volgens jullie hechtingsproblemen had gegeven, dan hadden jullie aan de bel
moeten trekken(…).
3.3.19.
Eind oktober 2023 lag nog steeds geen vloer in het souterrain en omdat De Oude Plank ook geen vervangende vloer heeft geleverd, heeft [eisers] uiteindelijk bij een ander een (vervangende) vloer aangeschaft die het meest leek op de vloer van De Oude Plank. Deze vloer is in december 2023 gelegd.
3.3.20.
[eisers] heeft een bedrag van € 3.051,- [3] onbetaald gelaten omdat zij van mening is dat De Oude Plank tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
De vorderingen van [eisers]
3.4.
[eisers] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, De Oude Plank veroordeelt:
Primair
1. tot nakoming van de overeenkomst;
2. tot vergoeding van de door [eisers] geleden schade van € 14.116,71;
Subsidiair
3. tot partiele ontbinding van de overeenkomst;
4. tot restitutie van het door [eisers] betaalde bedrag van € 4.900;
5. tot creditering van de door De Oude Plank in rekening gebrachte € 3.051,00;
6. tot vergoeding van de door [eisers] geleden schade van € 14.116,71;
Primair en subsidiair
7. tot vergoeding in de buitengerechtelijke kosten, conform de staffel BIK (zijnde: bij toewijzing van de primaire vordering: € 1.080,84 en bij toewijzing van de subsidiaire vordering: € 1.325,84); en
8. tot betaling van de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente over de gevorderde bedragen, te rekenen vanaf de dag van betaling door [eisers] , dan wel de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van de algehele voldoening;
9. tot vergoeding van de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten.
Het verweer van De Oude Plank en haar tegenvordering
3.5.
De Oude Plank voert verweer tegen de vorderingen. De Oude Plank concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure. Haar verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij De Oude Plank – samengevat - vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eisers] veroordeelt tot:
1. betaling van de openstaande factuur € 3.051,00 inclusief btw (de legkosten), vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van de dagvaarding;
2. vergoeding van de buitengerechtelijke kosten;
3. tot vergoeding van de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
De inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van [eisers]
3.7.
Tussen partijen staat vast dat De Oude Plank de vloer in het souterrain heeft gelegd, dat deze vloer omhoog is gekomen, eruit is gehaald en dat een andere partij alsnog een andere vloer heeft gelegd.
3.8.
De eerste vordering die [eisers] instelt, is dat zij wilt dat De Oude Plank alsnog kosteloos de door haar bestelde vloer komt leggen, omdat de andere vloer omhoog is gekomen. Zij vordert daarnaast vergoeding van de door haar geleden schade van € 14.116,71. Die schade bestaat er – samengevat weergegeven – uit dat [eisers] de omhooggekomen vloer heeft verwijderd en door een andere partij een vervangende vloer heeft laten leggen. Hiervoor heeft zij extra kosten moeten maken. De Oude Plank voert echter aan dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Zij heeft namelijk, zoals tussen partijen is overeengekomen, een vloer heeft gelegd en uit helemaal niets is gebleken dat het aan haar heeft gelegen dat die vloer omhoog is gekomen. Zo lang dat niet vaststaat, kan zij ook niet worden verplicht om nog een keer kosteloos een nieuwe vloer te leveren en te leggen. Ook betwist zij dat zij een schadevergoeding aan [eisers] verschuldigd is.
De door [eisers] gestelde tekortkoming kan niet worden vastgesteld
3.9.
De kantonrechter oordeelt als volgt. [eisers] kan aanspraak maken om het opnieuw laten leggen van de vloer in het souterrain, als blijkt dat door een fout (een toerekenbare tekortkoming) van De Oude Plank de vloer omhoog is gekomen.
3.10.
Zowel de gemachtigde van [eisers] als [eisers] hebben ter zitting (meermaals) verklaard dat tot op de dag van vandaag niet duidelijk is geworden wat nu de exacte oorzaak is geweest van het feit dat de vloer omhoog is gekomen. Uit het door [eisers] ingebrachte rapport van De Droogspecialist (waarover hierna meer) volgt dat, anders dan [eisers] stelt, in ieder geval niet. Ter zitting hebben partijen verklaard – daar zijn zij het wel over eens - dat nu ook niet meer kan worden onderzocht waarom de vloer omhoog is gekomen, omdat er inmiddels een nieuwe vloer ligt in het souterrain.
3.11.
Dat betekent dat de kantonrechter in deze zaak dus niet kan vaststellen dat sprake is van een fout van De Oude Plank dan wel dat De Oude Plank een verwijt kan worden gemaakt, dat de door haar gelegde vloer omhoog is gekomen. Als dat niet kan worden vastgesteld, betekent dit dat de vorderingen van [eisers] moeten worden afgewezen. Het is namelijk aan [eisers] om te stellen, en bij betwisting te bewijzen dat sprake is van een tekortkoming van De Oude Plank, waardoor zij alsnog aanspraak kan maken op nakoming van de overeenkomst (het primair gevorderde) dan wel op partiele ontbinding daarvan (het subsidiair gevorderde).
3.12.
Hetgeen [eisers] ter onderbouwing van haar stellingen wel in het geding heeft gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden. De kantonrechter licht dat toe.
3.13.
[eisers] heeft een rapport van De Droogspecialist [4] overlegd. Daarin staat het volgende: “
Vermoedelijk heeft lijmlaag niet goed genoeg gehecht aan egalinelaag
Advies lijmleverancier vragen of juiste lijmmethode is geweest”.
Naar het oordeel van de kantonrechter volgt hieruit niet, dat De Oude Plank haar werkzaamheden niet goed heeft verricht. Ter zitting heeft [eisers] verklaard dat De Droogspecialist alleen een meting heeft gedaan of de betonnen vloer droog was en dat zij de Droogspecialist niet de opdracht heeft gegeven om ook vast te stellen wat nu de oorzaak is geweest van het feit dat de vloer omhoog is gekomen. Verder is vast komen te staan dat [eisers] naar aanleiding van het rapport van De Droogspecialist niet alsnog een nader onderzoek heeft laten doen, ook niet naar de lijmlaag. Dat had naar het oordeel van de kantonrechter wel moeten plaatsvinden gezien de inhoud van het rapport en het feit dat De Droogspecialist alleen spreekt over een “vermoeden”.
3.14.
[eisers] probeert nog via een andere redenering een tekortkoming van De Oude Plank te onderbouwen. Zij redeneert als volgt: omdat de ondervloer goed is, is de oorzaak van het omhoogkomen van de vloer gelegen in een tekortkoming van De Oude Plank. Deze redenering gaat al niet op omdat [eisers] moet bewijzen dat De Oude Plank haar werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Maar ook feitelijk gaat het betoog van [eisers] niet op. De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de (onder-)vloer waarop de visgraatvloer was gelegd, waarvoor [eisers] verantwoordelijk was, goed is gelegd en voldeed aan de voorwaarden zoals omschreven in de offerte (zie hiervoor in punt 3.3.2). Het lijkt erop dat de betonvloer droog was maar die vloer is, voordat de visgraatvloer werd gelegd nog behandeld. Re-Create, althans een door haar ingeschakelde onderaannemer heeft namelijk in de week van 12 juni 2023 de ondervloer behandeld met een epoxy vochtscherm en daarop een egalinelaag aangebracht. Dat die behandeling conform de instructie is verlopen, het juiste product is toegepast en of het epoxyscherm waarop de egaline is aangebracht voldoende was uitgehard, is nu echter niet meer vast te stellen. De Oude Plank heeft in dit verband tijdens de mondelinge behandeling voldoende gemotiveerd waarom het van belang was om dat te onderzoeken en ook gemotiveerd naar voren gebracht dat het belangrijk is dat de juiste methode van verwerking van het product noodzakelijk is. Dat dit laatste is gebeurd, kan op basis van de stukken en hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, onvoldoende worden vastgesteld. Voor het overige is onvoldoende verweer gevoerd tegen het betoog van De Oude Plank. Dit leidt ertoe dat [eisers] betoog ook feitelijk niet kan worden vastgesteld.
3.15.
Ook heeft [eisers] tijdens de mondelinge behandeling nog naar voren gebracht dat volgens haar niet valt uit te sluiten dat de oorzaak van het feit dat de vloer omhoog is gekomen, is gelegen in de door De Oude Plank gebruikte materialen. Maar ook in dit betoog kan [eisers] niet worden gevolgd. De Oude Plank heeft in reactie hierop naar voren gebracht dat zij in de hele woning van [eisers] dezelfde materialen heeft gebruikt en ook overal dezelfde lijm. Gesteld noch gebleken is dat er elders in de woning problemen met de vloer zijn geconstateerd. Die stellingen heeft [eisers] niet weersproken, zodat niet aannemelijk is dat de oorzaak daadwerkelijk kan worden gevonden in de door De Oude Plank gebruikte materialen.
3.16.
Al het voorgaande maakt dat niet is komen vast te staan dat De Oude Plank is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Nu de gestelde tekortkoming niet is komen vast te staan bestaat er geen grond voor toewijzing van de vorderingen tot nakoming van de overeenkomst of tot partiele ontbinding daarvan. Ook voor de ingestelde vordering tot vergoeding van de schade bestaat geen grond, omdat voor toewijzing daarvan ook een tekortkoming vereist is. Het overige door [eisers] aangevoerde behoeft hierdoor geen verdere beoordeling.
De beoordeling van de tegenvorderingen van De Oude Plank
3.17.
De Oude Plank vordert betaling van de openstaande factuur die betrekking heeft op het leggen van de visgraatvloer in het souterrain. An die vordering legt zij ten grondslag dat zij haar deel van de tussen partijen gesloten overeenkomst is nagekomen, in die zin dat zij op 21 en 22 juni 2023 de door [eiser 1] bestelde vloer heeft geleverd en heeft gelegd. [eiser 1] heeft echter de factuur die betrekking heeft op het leggen van de vloer in het souterrain onbetaald gelaten, omdat volgens haar sprake is van een tekortkoming aan de zijde van De Oude Plank. In totaal gaat het om een bedrag van € 3.051,00,
3.18.
Gelet op de beoordeling in conventie wordt de vordering van De Oude Plank toegewezen. De door [eiser 1] gestelde tekortkoming is namelijk niet vast komen te staan.
De hierover gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.19.
De Oude Plank maakt ook aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu zij geen aanmaning heeft overgelegd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Dit onderdeel van haar vordering wordt dus als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
Proceskosten in conventie en in reconventie
3.20.
Omdat [eisers] inhoudelijk ongelijk krijgt, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van De Oude Plank gevallen. Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil. De proceskosten van De Oude Plank worden begroot op een bedrag van € 947,00, en bestaan uit:
- salaris gemachtigde € 812,00 (2 x tarief € 406,00)
- nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals hierna vermeld)

4.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
in reconventie
4.2.
veroordeelt [eisers] aan De Oude Plank te betalen het bedrag van € 3.051,00, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, vanaf 5 december 2024 tot de dag van de algehele voldoening,
4.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in conventie en in reconventie
4.4.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Voetnoten

1.“Een Calcium Carbid meting werkt op basis van het principe dat er acetyleen (gas) vrijkomt wanneer calcium carbid in contact komt met vocht. De vochtmeter bestaat uit een hermetisch afgesloten fles, met daarin
2.Bedoeld wordt [B] (van Re-Create).
3.Dit bedrag heeft betrekking op het leggen van de visgraat vloer in het souterrain.
4.Zie bijlage 6 bij dagvaarding.