ECLI:NL:RBOBR:2025:8182

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
11799495_E05122025
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:677 lid 1 BWArt. 7:678 BWArt. 288 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet wegens ontbreken dringende reden en loonbetaling tot einde arbeidsovereenkomst

In deze arbeidsrechtelijke procedure staat de rechtmatigheid van het ontslag op staande voet van verzoeker centraal, gegeven op 22 mei 2025 door Royal Class Logistics. Verzoeker betwist de rechtmatigheid van het ontslag en vordert vernietiging daarvan, alsmede betaling van loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 31 juli 2025.

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag onterecht is omdat er geen dringende reden aanwezig is. De aanleiding was het privégebruik van een bedrijfsauto terwijl verzoeker zich die dag ziek had gemeld. Gelet op de omstandigheden en het arbeidscontract was een waarschuwing passend geweest. Royal Class heeft dit ook erkend tijdens de mondelinge behandeling.

Als gevolg van de vernietiging van het ontslag moet Royal Class het loon van verzoeker betalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst, inclusief een wettelijke verhoging van 50% wegens niet tijdige betaling. Tevens moet Royal Class de loonspecificaties verstrekken binnen 14 dagen. De proceskosten worden aan Royal Class opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en Royal Class wordt veroordeeld tot betaling van loon tot einde arbeidsovereenkomst met wettelijke verhoging.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11799495 EJ VERZ 25-408
Beschikking van5december 2025
in de zaak van:
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. G.P. Oberman,
tegen
ROYAL CLASS LOGISTICS V.O.F.,
gevestigd in Son en Breugel,
verwerende partij,
hierna te noemen: Royal Class,
vertegenwoordigd door: [A] (directeur).

1.Inleiding

Het gaat in deze arbeidszaak om de vraag of het op 22 mei 2025 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet terecht is, en of Royal Class moet worden veroordeeld tot betaling van loon.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Op 18 juli 2025 heeft [verzoeker] bij de kantonrechter een verzoekschrift ingediend met twee bijlagen. Ter bespreking van dit verzoekschrift is op 23 september 2025 een mondelinge behandeling gepland. [verzoeker] en Royal Class zijn hiervoor bij brief van de griffier van 21 juli 2025 opgeroepen. Bij die brief aan Royal Class is het verzoekschrift van [verzoeker] als bijlage gevoegd.
2.2
Op 23 september 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was [verzoeker] met zijn gemachtigde mr. G.P. Oberman aanwezig. Namens Royal Class is echter niemand verschenen. Ook is geen bericht van verhindering of een andere (inhoudelijke) reactie ontvangen van Royal Class. Daarom heeft de kantonrechter [verzoeker] opgedragen om Royal Class bij deurwaardersexploot op te roepen voor een nieuwe mondelinge behandeling. [1] Deze mondelinge behandeling is bepaald op 11 november 2025. Vervolgens heeft [verzoeker] via een deurwaardersexploot van 3 november 2025 Royal Class opgeroepen voor deze mondelinge behandeling. Bij dit exploot is het verzoekschrift met bijlagen gevoegd.
2.3
Op 11 november 2025 heeft (wederom) een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bij deze gelegenheid was mr. G.P. Oberman aanwezig en werd Royal Class vertegenwoordigd door [A] (directeur). De aanwezigen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daar aantekeningen van gemaakt. Verder is tijdens de mondelinge behandeling door Royal Class een afschrift van de (tweede, getekende) arbeidsovereenkomst tussen partijen d.d. 1 september 2024 overgelegd. [verzoeker] heeft hiervan ook een afschrift ontvangen. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat uiterlijk 9 december 2025 schriftelijk uitspraak wordt gedaan of eerder indien mogelijk.

3.De beoordeling door de kantonrechter

Kern van de zaak
3.1
Royal Class is een koeriersbedrijf. [verzoeker] (geboren op [geboortedatum] 2003) is daar op 2 januari 2024 als algemeen medewerker in dienst getreden. Dit was op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zeven maanden). Na afloop daarvan is aansluitend een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten (twaalf maanden), met dus als einddatum 31 juli 2025. In artikel 15 van Pro deze laatste arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:
“Het is strikt verboden om de bedrijfsauto’s voor privédoeleinden te gebruiken. De bedrijfsauto wordt aan de werknemer verstrekt voor zakelijke doeleinden. Indien de werknemer zonder schriftelijke toestemming van de werkgever de bedrijfsauto voor privédoeleinden gebruikt, dan is de werkgever gerechtigd om de gemaakte privékilometers in rekening te brengen bij de werknemer á € 0,21 per gereden kilometer. Bij herhaling is de werkgever gerechtigd om de arbeidsovereenkomst per direct te beëindigen.”
3.2
Op 22 mei 2025 is [verzoeker] door Royal Class op staande voet ontslagen. Dit ontslag is per brief aan hem bevestigd op 23 mei 2025. [2] [verzoeker] vindt dat ontslag onterecht en daarom is hij deze procedure gestart. Hij verzoekt vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, betaling van het loon tot einde arbeidsovereenkomst te vermeerderen met de wettelijke verhoging, afgifte van loonspecificaties op verbeurte van een dwangsom en veroordeling van Royal Class in de proceskosten.
3.3
[verzoeker] krijgt in deze procedure grotendeels gelijk. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat Royal Class niet per direct de arbeidsovereenkomst op 22 mei 2025 had mogen opzeggen. Daarom wordt de door [verzoeker] verzochte vernietiging van de opzegging toegewezen. Dat geldt ook voor de betaling van het loon tot einde arbeidsovereenkomst op 31 juli 2025. Verder moet Royal Class de loonspecificaties aan [verzoeker] verstrekken. De daaraan gekoppelde dwangsom wordt echter afgewezen. Dit alles wordt hierna stapsgewijs uitgelegd.
Ontslag op staande voet
3.4
Een ontslag op staande voet is een uiterst middel. Door een ontslag op staande voet wordt de arbeidsovereenkomst immers plotseling en onmiddellijk beëindigd. Dit heeft voor de werknemer verstrekkende gevolgen. Daarom zijn in de wet strenge voorwaarden aan een ontslag op staande voet verbonden. Die voorwaarden zijn kort gezegd omschreven als een dringende reden, onverwijld opzeggen en onverwijld mededelen van de reden. [3] Met een dringende reden wordt bedoeld één of meer eigenschappen en/of gedragingen van de werknemer die het voor de werkgever redelijkerwijs onmogelijk maken om het dienstverband voort te zetten. [4] Of er een dringende reden is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
3.5
De kantonrechter is van oordeel dat het op 22 mei 2025 door Royal Class aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat een dringende reden daarvoor ontbreekt. Uit de ontslagbrief van 23 mei 2025 blijkt dat de aanleiding voor het ontslag op staande voet in essentie is dat [verzoeker] in de avond van 22 mei 2025 een bedrijfsvoertuig heeft gebruikt voor privédoeleinden terwijl [verzoeker] zich eerder op diezelfde dag heeft ziekgemeld en vervroegd naar huis is gegaan. Met inachtneming van het hiervoor bij 3.4 beschreven toetsingskader is een ontslag op staande voet in deze situatie een te zwaar middel. De kantonrechter betrekt in zijn oordeelsvorming dat tijdens de mondelinge behandeling op 11 november 2025 is gebleken dat dit
de eerste keeris dat een dergelijke situatie is voorgevallen en dat mede daarom (en gelet op artikel 15 van Pro de arbeidsovereenkomst) een waarschuwing op zijn plaats was geweest. Bovendien heeft Royal Class tijdens de mondelinge behandeling zelf uitdrukkelijk verklaard dat zij in dit geval een waarschuwing had moeten geven in plaats van een ontslag op staande voet.
3.6
Er is dus niet voldaan aan één van de voorwaarden voor een ontslag op staande voet, want er is geen sprake van een dringende reden. Omdat het ontslag hierdoor al niet rechtsgeldig is, hoeft niet meer te worden beoordeeld of aan de andere voorwaarden voor een ontslag op staande voet is voldaan. De door [verzoeker] verzochte vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt dan ook toegewezen.
Loon met nevenverzoeken
3.7
Dit heeft verder tot gevolg dat Royal Class aan [verzoeker] het gebruikelijke loon moet betalen totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd. Niet ter discussie staat dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege is geëindigd op 31 juli 2025. Tot dat moment moet Royal Class dus het loon betalen. Ook dient Royal Class de hierop betrekking hebbende loonspecificaties aan [verzoeker] te verstrekken, en wel binnen de redelijke termijn van 14 dagen na deze beschikking. De hier door [verzoeker] aan verbonden dwangsom wordt afgewezen, omdat er geen reden is om aan te nemen dat Royal Class niet aan deze verplichting zal voldoen.
3.8
Daarnaast is de door [verzoeker] gevraagde wettelijke verhoging van 50% over deze loonbedragen toewijsbaar. Het is Royal Class immers toe te rekenen dat zij het loon niet (op tijd) heeft voldaan. De kantonrechter ziet in de gegeven feiten en omstandigheden geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen. Royal Class heeft ook geen verweer gevoerd tegen de verzochte wettelijke verhoging.
Proceskosten
3.9
Royal Class wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van [verzoeker] worden vastgesteld op in totaal een bedrag van € 1.039,00. Dit bedrag bestaat uit € 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.1
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [verzoeker] dat heeft verzocht en Royal Class daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. [5]

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
vernietigt het door Royal Class op 22 mei 2025 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet,
4.2
veroordeelt Royal Class tot betaling van het loon van € 2.463,49 bruto per maand tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, zijnde 31 juli 2025, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging (50%) zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro over het hiervoor genoemde achterstallig loon tot de dag dat volledig is betaald,
4.3
veroordeelt Royal Class tot afgifte van de bijbehorende loonspecificaties zoals hiervoor bij 4.2 genoemd, en wel binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking,
4.4
veroordeelt Royal Class in de proceskosten, aan de kant van [verzoeker] vastgesteld op € 1.039,00, te vermeerderen met de eventuele explootkosten van de betekening van de beschikking,
4.5
verklaart de veroordelingen tot zover uitvoerbaar voorraad,
4.6
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.

Voetnoten

1.Conform artikel 2.2.8 van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton.
2.Bijlage 2 bij het verzoekschrift.
3.Artikel 7:677 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
4.Artikel 7:678 BW Pro.
5.Artikel 288 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.