Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres
[naam] . ( [naam] Diervoeding)uit [vestigingsplaats] (vergunninghoudster).
Rechtbank Oost-Brabant
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van omwonenden tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om een omgevingsvergunning te verlenen aan een diervoederbedrijf voor bouwwerkzaamheden en het aanpassen van de bedrijfstijden.
De aanvraag omvatte het vernieuwen en verplaatsen van installaties, het bouwen van een dakopbouw en het verlengen van schoorstenen, alsmede het wijzigen van de productie van incidenteel op zaterdag naar structureel op zaterdag en incidenteel op zondag. De productiecapaciteit blijft ongewijzigd.
De omwonenden vreesden extra geuroverlast en de daarmee samenhangende lichamelijke en psychische klachten. Het college had echter op basis van een geuronderzoek en beleidsregels geoordeeld dat de geurbelasting niet zou toenemen en dat de vergunning met specifieke voorschriften de hinder voldoende beperkt.
De rechtbank oordeelde dat het college bij de besluitvorming voldoende rekening heeft gehouden met het belang van beperking van geuroverlast en dat de voorschriften in de vergunning dit belang waarborgen. Er waren geen gegronde bezwaren tegen de bouwkundige aanpassingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de vergunning ongewijzigd blijft en de bouwwerkzaamheden en gewijzigde productietijden mogen worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard, waardoor de bouwwerkzaamheden en gewijzigde bedrijfstijden mogen worden uitgevoerd.