In deze uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, wordt het verzoek van verzoeker om een proceskostenvergoeding beoordeeld. Verzoeker heeft zijn beroep tegen een besluit van het UWV van 14 mei 2024 ingetrokken, omdat het UWV op 9 oktober 2025 alsnog een IVA-uitkering per 17 december 2023 heeft toegekend. Verzoeker vraagt om vergoeding van kosten van rechtsbijstand, reiskosten en schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek en het UWV heeft aangegeven zich te kunnen vinden in een veroordeling in de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe, omdat het UWV geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen. De rechtbank stelt de proceskosten op € 2.267,50 en vergoedt ook de reiskosten van € 15,23, wat het totaal op € 2.282,73 brengt. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en het griffierecht van € 51,-. De uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg en is openbaar uitgesproken op 19 december 2025.