Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
De vordering van de benadeelde partij.
DE UITSPRAAK
spreekt hem daarvan vrij;
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meervoudige verkrachting van het slachtoffer gedurende de periode van 1993 tot 2000. De tenlastelegging betrof het seksueel binnendringen met de penis en diverse voorwerpen onder dwang en geweld.
Tijdens de terechtzitting op 5 december 2025 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak vroeg vanwege het ontbreken van steunbewijs.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en consistent waren, er onvoldoende aanvullend bewijs was om de beschuldigingen te staven. Getuigenverklaringen en medische gegevens boden geen steunbewijs dat de seksuele handelingen onder dwang door verdachte waren gepleegd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en werd bepaald dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor verkrachting.