Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
[bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks 27 juli 2022 tot en met 10 januari 2023 in Uden en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven en/of te doen/laten opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk boven omschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
[bedrijf 2] op één of meer tijdstippen in of omstreeks 2 augustus 2022 tot en met 10 januari 2023 in Uden en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven en/of te doen/laten opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven, tot het plegen van welk boven omschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.
De formele voorvragen.
De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
Het kader.
Het kader toegepast op deze zaak.
Het kader.
Het kader toegepast op de deze zaak.
Het oordeel van de rechtbank.
De bewezenverklaring.
[bedrijf 1] in de periode van 27 juli 2022 tot en met 10 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over:
telkens onjuist hebben gedaan door telkens op de ingeleverde/ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
[bedrijf 2] in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 10 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] over:
telkens onjuist hebben gedaan door telkens op de ingeleverde/ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straffen.
algemeen
de ernst van de bewezenverklaarde feiten
de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
de strafmodaliteit en op te leggen straf
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
taakstrafvoor de duur
200 uren[tweehonderd uren] te vervangen door 100 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht.
gevangenisstrafvoor de duur
van vier maanden.
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een
proeftijd van twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.