Op 20 januari 2025 zijn onder klaagster diverse chemicaliën, waaronder Tramadol en stoffen die kunnen leiden tot productie van DMT en nieuwe psychoactieve stoffen, in beslag genomen in een loods. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd concludeerde dat de Tramadol voldoet aan de definitie van werkzame stof zonder geldige registratie. Klaagster betoogde dat de stoffen voor onderzoek waren en legaal waren ingevoerd.
Het klaagschrift, ontvangen op 21 maart 2025, strekte tot opheffing van het beslag en teruggave van de goederen. De rechtbank behandelde het klaagschrift op 28 november 2025, waarbij klaagster niet verscheen. De officier van justitie verzet zich tegen teruggave en persisteert in de vordering tot onttrekking aan het verkeer.
De rechtbank oordeelt dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag vordert, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later onttrekking of verbeurdverklaring zal bevelen. De Tramadol en overige stoffen vormen een risico voor de volksgezondheid en zijn in strijd met de wet. Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en beveelt onttrekking aan het verkeer van de stoffen.