Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een beslissing genomen op een klaagschrift ex. art. 552a Sv. Onder de klaagster zijn op 20 januari 2025 diverse chemicaliën, reactievaten en analyseapparatuur in beslag genomen, die vermoedelijk bestemd waren voor de productie van nieuwe psychoactieve stoffen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft vastgesteld dat de inbeslaggenomen Tramadol voldoet aan de definitie van werkzame stof volgens de Geneesmiddelenwet, zonder dat klaagster een registratie heeft. De rechtbank oordeelt dat het niet onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de Tramadol zal bevelen, gezien de omstandigheden van de inbeslagname en de inrichting van de locatie. De rechtbank beveelt daarom de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen stoffen, omdat het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het klaagschrift is ongegrond verklaard, en de rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.