In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 12 december 2025 een beslissing genomen op een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van diverse inbeslaggenomen chemicaliën en apparatuur. De inbeslagname vond plaats op 20 januari 2025 in een loods, waar de middelen zijn aangetroffen die vermoedelijk gebruikt werden voor de productie van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS). De rechtbank concludeert dat het ongecontroleerde bezit van deze stoffen in strijd is met de wet en het algemeen belang. De rechtbank heeft vastgesteld dat de stoffen, waaronder 2-Fluor-Ketamine en andere chemicaliën, in een bepaalde combinatie kunnen leiden tot de productie van DMT, dat op lijst 1 van de Opiumwet staat. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie toegewezen, omdat de inbeslaggenomen goederen aan de verdachte toebehoren en er geen vergunningen of registraties voor de bedrijfsactiviteiten aanwezig waren. De beslissing is openbaar uitgesproken en de rechtbank heeft geoordeeld dat de omstandigheden van de zaak voldoende zijn om de onttrekking aan het verkeer te rechtvaardigen.