ECLI:NL:RBOBR:2025:8367

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
71.024419.25 Vordering
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op de vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen chemicaliën en apparatuur in verband met productie van psychoactieve stoffen

In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 12 december 2025 een beslissing genomen op een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van diverse inbeslaggenomen chemicaliën en apparatuur. De inbeslagname vond plaats op 20 januari 2025 in een loods, waar de middelen zijn aangetroffen die vermoedelijk gebruikt werden voor de productie van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS). De rechtbank concludeert dat het ongecontroleerde bezit van deze stoffen in strijd is met de wet en het algemeen belang. De rechtbank heeft vastgesteld dat de stoffen, waaronder 2-Fluor-Ketamine en andere chemicaliën, in een bepaalde combinatie kunnen leiden tot de productie van DMT, dat op lijst 1 van de Opiumwet staat. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie toegewezen, omdat de inbeslaggenomen goederen aan de verdachte toebehoren en er geen vergunningen of registraties voor de bedrijfsactiviteiten aanwezig waren. De beslissing is openbaar uitgesproken en de rechtbank heeft geoordeeld dat de omstandigheden van de zaak voldoende zijn om de onttrekking aan het verkeer te rechtvaardigen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
parketnummer : 71-024419-25
raadkamernummer : 25-018673
datum : 12 december 2025
Beslissing van de meervoudige raadkamer op de vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering strekkende tot onttrekking aan het verkeer van de volgende goederen:
-3x blauwe vaten met inhoud 2-Fluor-Ketamine
-2x doos met opschrift Phenylhydrazine HCL
-5x doos met opschrift Methoxyphenylhydrazine
-2x vaatje met opschrift 4.4-Diethoxy-N,N-Dimethyl-1-Butanamine
-6x doos met opschrift 4-Dimethylaninopyridine
-1x doos met opschrift Triethylanine HCL
-3x doos met opschrift Di-Tert-Butylpyrocarbonaat
-8x fles met opschrift 4-Dimethylaminopyridine
-5x fles Di-Tert-Butylpyrocarbonaat
en:
-monster van poeder uit blauw vat
-monster van vloeistof uit blauwe emmer
die op 20 januari 2025 in beslag zijn genomen onder:

[verdachte] ,

vestigingsadres: [adres 1]
vestigingsadres Nederland: [adres 2]
in rechte vertegenwoordigd door [persoon 1] en [persoon 2] (bestuurders)
woonplaats kiezende op het kantoor van [naam advocaat] ([adres 3])
hierna te noemen: beslagene.

Procedure

De vordering is op 17 juli ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 28 november 2025 de vordering in openbare raadkamer gelijktijdig behandeld met een klaagschrift tegen het gelegde beslag op onder meer voornoemde goederen met raadkamernummer: 25-007493.
De rechtbank heeft de waarnemend raadsvrouw mr. J.M. McKernan en de officier van justitie op zitting gehoord. Beslagene is, hoewel goed opgeroepen, niet verschenen.
VorderingDe vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van de hierboven genoemde inbeslaggenomen goederen.
De raadsvrouw heeft gepleit voor afwijzing van de vordering
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie en verzoekt om de vordering onttrekken aan het verkeer toe te wijzen.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd op grond van artikel 552f lid 1 Sv. De officier van justitie heeft een schriftelijke en onderbouwde vordering gedaan, zodat aan de eisen van artikel 552f lid 2 Sv is voldaan. Uit het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie leidt de rechtbank af dat beslagene niet strafrechtelijk wordt vervolgd ter zake van de hierboven genoemde inbeslaggenomen stoffen, zodat het openbaar ministerie ontvankelijk is in haar vordering.
Uit artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht volgt dat vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorkoming van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.
Op grond van het dossier en het verhandelde in raadkamer stelt de rechtbank vast dat de inbeslaggenomen goederen aan beslagene toebehoren.
De middelen zijn aangetroffen in een loods in Sittard. Naast deze middelen is aldaar een grote hoeveelheid Tramadol aangetroffen, naar aanleiding waarvan beslagene nog strafrechtelijk wordt vervolgd voor overtreding van artikel 38 lid 1 Geneesmiddelenwet.
Uit het onderzoek blijkt dat het hier lijkt te gaan om een productielocatie voor nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), en niet om een onderzoekslocatie. Het is een locatie waar de nodige gevaarzetting van uitging. Uit het onderzoek blijkt dat er geen registratie of andere vergunning voor dergelijke bedrijfsactiviteiten is afgegeven. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat [verdachte] niet was ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel en ook niet in de Gemeentelijke Basis Administratie. Ook beide bestuurders stonden niet ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel of de Gemeentelijke Basis Administratie.
Met betrekking tot de ruim 76 kilo (bruto) aangetroffen 2-Fluor-Ketamine stelt de rechtbank verder vast dat deze stof op grond van internationale verdragsverplichtingen vanwege grote gezondheidsrisico’s geplaatst had moeten zijn op lijst 1 van de Opiumwet, maar dat het proces daartoe vertraging heeft opgelopen. Plaatsing op lijst 1 van de Opiumwet van een stof betekent dat productie, handel en bezit ervan, strafbaar is.
De overige hierboven genoemde stoffen kunnen in een bepaalde combinatie leiden tot de productie van DMT, geplaatst op lijst 1 van de Opiumwet, dan wel van een NPS, waarvan eveneens risico’s voor de volksgezondheid uitgaan.
Gelet op bovenstaande omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is volgens de rechtbank voldaan het hiervoor aangehaalde toetsingskader.
De rechtbank is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van onderhavige stoffen in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
-
wijstde vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van voornoemde goederen
toe;
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,
mr. M.L.W.M. Viering en mr. J.G. Vos, rechters,
in tegenwoordigheid van C. Lochten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.